Posts tonen met het label Italiaanse cultuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Italiaanse cultuur. Alle posts tonen

maandag 2 juni 2014

Matteo met dubbel t

Een aantal maanden geleden, die nu een eeuwigheid weg lijken, bevond ik me in de netelige situatie een naam te moeten kiezen voor ons kindje, dat met een Nederlandse moeder en een Italiaanse vader ter wereld zou komen. De naam moest aan een aantal eisen voldoen, welke ik uiteenzette in een blog (klik hier). Toen het geslacht eenmaal bekend was, hoefden we ons alleen nog maar te concentreren op een jongensnaam, wat overigens veel moeilijker was dan een meisjesnaam. Maar een keuze werd gemaakt. Belangrijkste eis: de naam moet zowel in het Italiaans als in het Nederlands goed uit te spreken zijn.

Perfectionisme

Op 21 mei werd derhalve een nieuwe Matteo geboren. Matteo Molini. Een perfecte eenheid van twee keer zes letters, gehuld in twee keer drie lettergrepen en afgewerkt met een subtiele alliteratie. Tja, je zult maar licht autistisch zijn. Qua uitspraak tot nu toe geen problemen. Wel heeft een enkele Nederlander ons gefeliciteerd met de geboorte van Matheo. Daar had ik even geen rekening mee gehouden. Nu moet hij later alsnog vertellen hoe je zijn naam schrijft: met dubbel t. Ben benieuwd hoe zijn vriendjes hem gaan noemen: Matte, Mattie, Teo! De afkortingen zijn wellicht niet zo fraai, maar ergens moesten we wat concessies doen.
 

Betekenisvolle naam

De naam Matteo komt van het Hebreeuwse Matithya, dat bestaat uit matag (geschenk) en yah (afkorting van yahweh), en betekent 'geschenk van God'. Aan eigennamen worden allerlei persoonskenmerken toegekend die doen geloven dat alle Matteo's hetzelfde zijn. Uit nieuwsgierigheid ben ik toch eens gaan kijken (op een Italiaanse website) hoe onze zoon dan eigenlijk is:
Matteo heeft een veelzijdige persoonlijkheid. Hij is een groot waarnemer en weet zich naar elke situatie te gedragen. Hij is een pacifist, hij neemt niet graag beslissingen, want hij stelt liever de anderen tevreden om discussies te voorkomen. Hij staat voor iedereen klaar en is vrijgevig.
Niet slecht voor een eerste kind!
 

Naamgenoten

Veel Matteo's ken ik niet. De paar die ik ken zijn leuk. Geen vervelende associaties. Italië heeft nu een premier die Matteo heet, maar die wordt veelal bij zijn achternaam (Renzi, red.) genoemd. Ooit vertaalde ik een verhaal van de Milanese schrijver Matteo B. Bianchi. Bij de voetbalclub die papa aanhangt (Genoa, red.) speelde eens een Matteo (Matteo Ferrari), maar die vertrok na een jaar naar Turkije. Er is de televisieserie Don Matteo op Rai Uno, waarin een pastoor (gespeeld door Terrence Hill) allerlei zaken oplost voor de carabinieri. Tot zover de bekende Matteo's?
 

Feesten


In een Italiaans-Nederlands gezinnetje worden zowel de Italiaanse als de Nederlandse tradities in ere gehouden. Dus Sinterklaas én La Befana. Verder is er een naamdag, een onomastico, die in Italië heel belangrijk is. Matteo, die dezelfde naam draagt als de heilige apostel en evangelist San Matteo (die van de Matthäus passion, red.), heeft zijn naamdag op 21 september. Dat betekent feest in mei, september, december en januari. Als dat geen verwend kind wordt...






woensdag 14 mei 2014

Al 50 jaar nutella

In ons Nederlands-Italiaanse huis ontbreekt hij niet. De pot nutella. Hij wordt elke dag uit de kast gehaald en op tafel gezet. Die bruine smeuïge pasta, die zoete combi van chocolade en hazelnoten. Italianen kunnen er niet zonder en ik inmiddels ook niet meer.
 

De oorsprong

Gisteren kwam ik erachter dat het goedje al vijftig jaar wordt bereid, sinds 1964. Eigenlijk vind ik dat nog vrij jong, maar het is een mooie leeftijd om bij stil te staan en ter gelegenheid hiervan voor deze icoon een nieuwe postzegel uit te geven! En te bedenken dat de naam is afgeleid van het Engelse nut, waarbij -ella heeft gezorgd voor de mooie klank en de pakkende merknaam. En te weten dat het smeersel is ontstaan vanwege een grote schaarste aan cacaobonen (en een hoge belasting daarop), zodat de inventieve Pietro Ferrero, die een banketbakkerszaak had in Alba, daarop iets moest bedenken. Hij maakte een pasta van hazelnoten (die in Piemonte in groten getale werden gekweekt), melk, suiker en een snufje cacao die de naam giandiutto kreeg. Kinderen waren er gek op en deden het op hun brood. (Italianen eten hun chocolade overigens altijd met een hapje brood, red.).
 

Altijd zichzelf gebleven

In eerste instantie was de pasta niet echt goed smeerbaar, dus daar werd nog wat aan gesleuteld totdat de Supercrema  di Giandiutto ontstond. Deze naam werd vanaf 1949 gebruikt totdat Michele Ferrero, de zoon van, besloot het product internationaal aan de man te brengen en een betere naam bedacht. Grappig detail is dat het plaatje op het etiket al vijftig jaar hetzelfde is. Sinds de eerste pot op 30 april 1964 van de band rolde, is zowel de pot als het etiket nooit veranderd! Wel kennen we verschillende maten en natuurlijk de functionele nutella-glazen, die na te zijn leeggelikt een nieuwe carrière beginnen als water- of limonadeglas. Wij - gierige Genuees en gek-op-gratis-Nederlander - hebben er dan ook een heleboel in onze glazenkast staan.
 

Een verhaal apart

Dat veel mensen een band hebben met deze bruine pot wordt wel duidelijk op www.nutellastories.com. Duizenden fans vertellen daar hun nutella-verhaal in de hoop een bijzondere nutella-sinaasappelpers te winnen. Foto's, filmpjes, stukjes tekst... De meest gekke anekdotes komen voorbij. Je kunt nog tot 18 mei meedoen. Mijn foto zegt hopelijk genoeg...
 

Bijzonder recept

Het recept voor echte nutella is net als dat van coca-cola geheim. Wel zijn er genoeg recepten te vinden waarin nutella wordt gebruikt. Zoals in Het grote nutella kookboek van Paola Balducchi, vertaald door Jolien Buchner (wat een heerlijke vertaalklus moet dat zijn geweest, red.). Ook dat boek staat bij ons in de kast. 'Met meer dan 300 inspirerende en smeuïge Italiaanse recepten.' Sommige heel makkelijk, andere wat ingewikkelder. Allemaal mierzoet. Ook zin gekregen in bijvoorbeeld een nutella-wentelteefje? Bestel dan hier het grote of het kleine kookboek: 



donderdag 4 april 2013

Bologna, en hoe het allemaal begon...

In groep 7 kregen we de opdracht om in groepjes van vier een werkstuk te schrijven over een (Europees) land. Ik kan me nog goed herinneren dat ik volmondig 'Italië!' riep. Ik weet alleen niet meer waarom. Dat werkstuk heb ik nog steeds. Mijn favoriete stuk gaat over Bologna. Ik weet niet meer wie van ons het heeft geschreven, maar er staat: In Bologna staan twee torens, de "Due" en de "Torri". Fantastisch! Nu weet ik dat due 'twee' betekent en torri 'torens'. En dat die twee torens in Bologna de Asinelli en de Garisenda heten.
 
Nu weet ik ook dat het de stad van de drie T's is: Torri, Tette e Tortellini.  In eerste instantie dacht ik dat tette (tieten) een typefout was en dat het tetti (daken) moest zijn. Bologna is namelijk fameus om haar rode daken. Daarom wordt ze ook wel la rossa genoemd. Ook vanwege het veelal communistische karakter van haar inwoners. Maar ze is ook la grassa (de vette), vanwege de heerlijk en ietwat dikmakende keuken. En ze is  la dotta (de geleerde), vanwege de oudste universiteit van Europa die zich in haar midden bevindt. Die tieten worden overigens schaamteloos getoond op een grote fontein op het Piazza Nettuno. Ik heb me laten vertellen dat Bologna van nogal losbandige aard is.
 
Vanavond ga ik terug naar deze stad, waar welbeschouwd de basis is gelegd voor mijn carrière als italianist. Waar mijn passie voor Italië en de Italianase cultuur is uitgebloeid tot wat eerst een obsessie was en nu onlosmakelijk deel uitmaakt van mijn leven.

In 2002, na mijn eerste studiejaar ging ik op negentienjarige leeftijd helemaal alleen met het vliegtuig naar Bologna. Dat was toen nog heel spannend. Ik had alle grammatica geleerd en al mijn tentamens gehaald. Het zou goedkomen!
We gingen een zomercursus doen aan het CILTA (Centro Interfacoltà di Linguistica Teorica e Applicata). Alle deelnemende studenten hadden een studentenhuis toegewezen gekregen waar ze tussen de Italiaanse studenten zouden vertoeven. Mij was het meidenhuis ten deel gevallen. Alleen maar dames en ik had niet eens mijn eigen kamer. Die moest ik delen met een Italiaanse die bij mijn aankomst niet aanwezig was, maar wel na mijn eerste (stap)avond in haar bed op mijn kamer lag toen ik om vier uur 's nachts thuiskwam.
Onze lessen waren 's ochtends, van 09.00 tot 13.00. Daarna waren we vrij. Vrij om onze taalkennis in de praktijk te brengen. Die praktijklessen vonden echter veelal 's avonds plaats. Tijdens het uitgaan. In de Ierse pub, in de Giardini Margherita, in de Baraonda. En al gauw waren de lessen op school niet meer zo interessant.
 
In Bologna heb ik mijn eerste droom in het Italiaans gedroomd. Dat schijnt een teken te zijn dat je de taal onder de knie hebt. Ik denk dat ik gewoon een beetje dronken was. In Bologna heb ik kennis gemaakt met Tiziano ferro, met carabinieri en pasta al pesto. In Bologna kwam ik erachter dat Italiaanse mannen zich niet generen bij hun versierpogingen. En dat mensen je op straat veelal groeten en winkeliers en barmannen je de volgende dag herkennen. Dat zelfs de uitsmijter van onze stamkroeg me vier jaar later nog niet is vergeten. In Bologna heb ik elf jaar geleden een vriendschap gesloten die nog altijd voortduurt en met de jaren steeds sterker is geworden. Het is om deze vriendschap dat ik vanavond terugga naar Bologna!