Posts tonen met het label taal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label taal. Alle posts tonen

maandag 9 februari 2015

Lachen om elkaars taal en cultuur moet kunnen toch?

Wie een tweede taal leert, krijgt onherroepelijk te maken met taalflaters en onbegrip. Met hachelijke situaties en lachwekkende gebeurtenissen. Dit omdat je bij een taal nu eenmaal ook de cultuur cadeau krijgt. En niet alleen Vinnie Ko, die uit een totaal andere wereld komt, maakt dat mee. Ook binnen Europa kunnen grappige situaties ontstaan. Laten we in deze sombere tijden eens lachen om elkaars verschillen in plaats van erover te vechten.

Heel zout gegeten

Mijn Italiaanse man en ik begrijpen elkaar niet altijd. Kwestie van cultuur. Ook al bestudeer ik de zijne al bijna 14 jaar en woont hij al 8 jaar in Nederland. Hij leert nu ook Nederlands. Oefenen doen we meestal tijdens het koken. Toen hij eens op mijn verzoek en met een recept uit de Allerhande een courgettesoep had gemaakt, moest ik natuurlijk proeven. 'Mmm... beetje zout,' zei ik. Hij pakte de zoutpot en ik kon nog maar net voorkomen dat er een extra snuf in ging. Wist hij veel dat zout in het Nederlands zowel bijvoeglijk naamwoord (!) als zelfstandig naamwoord (!) is en niet twee verschillende woorden zoals in het Italiaans: sale (zelfstandig naamwoord) en salato (bijvoeglijk naamwoord). Aangezien Italianen nogal zout eten, ging hij er dus vanuit dat het soepje te flauw was en dat er 'een beetje zout' bij moest.

Lekker slapen?

Italianen kunnen bij mij Nederlands leren. Dat levert mooie verhalen op. Laatst ging het over leuke dingen doen in het weekend. Bijvoorbeeld lekker uit eten gaan, mangiare fuori, waar fuori letterlijk 'buiten' betekent. We kunnen natuurlijk ook lekker uitslapen. Wat betekent dat dan? Dormire fuori, opperde iemand. Ja, dat is een logische gevolgtrekking, maar als ik vraag of ze 'buiten slapen' in Nederland normaal vinden, moeten ze daar wel om lachen. Over slapen gesproken... Toen ik eens in een les de voltooid tegenwoordige tijd had uitgelegd, vielen er bij een aantal studenten wat kwartjes. Ik heb gegeten, ik heb geslapen... Iemand mompelde hardop: 'Ah, dus dat vroeg ze... Heb je lekker geslapen?' En voor dat ik er erg in had, zei ik: 'Wie vroeg dat? Niet je collega lijkt me, want Nederlandse collega's vragen dat soort dingen doorgaans niet.' De arme jongen kreeg een kop als vuur, maar kon er wel om lachen. En wij hadden elk onze eigen interpretatie van zijn blozen.

Getrouwd?!

Ik ging laatst tolken bij de notaris. Dat doe ik regelmatig. Steeds meer Italianen kopen in Nederland een huis en hebben bij het passeren van de akte een tolk nodig als ze geen Nederlands spreken. Zo werd ik via Facebook benaderd door een Italiaanse jongen. Via via had hij begrepen dat ik beëdigd ben en na het zien van mijn profielfoto, wilde hij mij graag als tolk (dit heeft hij me zelf verteld). In het laatste deel van de akte staan ook altijd de persoonsgegevens van de tolk, die verklaart de inhoud van de akte te hebben vertaald... enzovoorts. Dus leest de (vrouwelijk, maar dat terzijde) notaris voor: 'Tevens verscheen voor mij mevrouw Bunnik, geboren te, blablabla getrouwd.' Nog voor ik dat kan vertalen, draait die Italiaanse jongen zich met een ruk naar me om: 'Getrouwd?!' Dus zegt die (vrouwelijke) notaris: 'Eh ja, het spijt me voor je.' Dat ene woord begreep hij kennelijk wel. We konden er allemaal erg om lachen. Ik kan er nog steeds om blozen.

Haring met oeitjes

Spreek dat Nederlands maar eens uit

Soms gniffel ik ook een beetje om de uitspraak van die Italianen. Waar hun 'u' wordt uitgesproken als een 'oe' hebben zij natuurlijk ook het inmiddels bekende huur-of-hoer-betalen-probleem. Grappig vind ik ook 'een broodje ei met oei', of: 'Hoe gaat het met joelie?' 
Of neem die harde z, die meer een ts is, zoals in pizza (pietsa). Als we dan spinazie eten zegt mijn Italiaan altijd spinaatsie, en zie ik allemaal groene Hitler-mannetjes voor me. Nou ja, soortement van dan.

Een Griek kent geen roze limonade

Op de open dag van de volksuniversiteit zat ik met andere taaldocenten in hetzelfde lokaal informatie te geven over onze cursussen. De koffiedame kwam langs met koffie en thee en had voor de verandering een kan limonade gemaakt. O, daar had de Griekse leraar Grieks wel zin in. Dus die nam een bekertje. Later vertelde hij me dat het helemaal geen limonade was. Het was namelijk roze en het smaakte helemaal niet naar citroen. Hoe had die koffiedame zo'n fout kunnen maken! *knipoogt*

Ach, in deze multiculturele wereld waarin mensen nog elke dag migreren overkomt het ons allemaal. Leuk, toch? Heb jij ook zo'n anekdote? Deel hem hieronder.

vrijdag 26 september 2014

Een knap staaltje Nederlandse taal in crisistijd...

Ik kreeg van mijn tante, die net als ik vertaalster is (of eigenlijk ben ik net als zij vertaalster. Zij Frans, ik Italiaans) een leuke e-mail: voor de taalliefhebbers onder ons!! Nou, een taalliefhebber ben ik zeker. Ik wil de inhoud graag delen met andere taalliefhebbers. Het gaat over de crisistijd:
 
De bananenhandelaar is de pisang en de tabakshandelaar is de sigaar.
De bakker verdient geen droog brood meer en de herenmode is de das omgedaan.
De lampenwinkeliers zien de toekomst duister in en de scheepvaart is de wind uit de zeilen genomen.
Menig timmerman heeft er net het bijltje bij neergelegd, terwijl de kousenfabrieken er geen gat meer in zien.
De horlogemakers zouden de tijd willen terugzetten en de confectie-industrie moet er een mouw aan passen.
De tuinders heeft men knollen voor citroenen verkocht en de binnenschippers zijn aan lager wal geraakt.
De chauffeurs zijn de macht over het stuur kwijt omdat de wegen aan belasting zijn bezweken.
De wielrenners weten niet meer rond te komen en de badmeesters kunnen het hoofd niet meer boven water houden.
De bierbrouwers moeten uit een ander vaatje tappen en voor de bioscopen valt het doek.
De kwekers zitten op zwart zaad, de schoorsteenvegers komen op straat te staan en de stratenmakers kunnen wel op het dak gaan zitten.
De mijnbouw graaft zijn eigen graf en bij Rijnmond gaat de pijp uit.
De NS zijn het spoor bijster, de luchtvaartmaatschappijen vliegen de lucht in, terwijl de metselaars in de put zitten en de caféhouder het zat is.
De kapper zit met zijn handen in het haar, de boer is uit het veld geslagen en de helderziende schemert het voor de ogen... 
Zou het helpen als de wapenindustrie inzag dat er geen schot meer in zit?
 
Leuk, toch?
 
 

maandag 25 maart 2013

Europees Referentiekader

Iedereen die op wat voor manier dan ook een vreemde taal verwerft, wordt er weleens mee geconfronteerd: het Europees Referentiekader, een raamwerk waarmee het kennisniveau van verschillende moderne talen kan worden vergeleken. Je ziet het op alle lesboeken staan en alle taalcursussen vertellen je precies tot welk taalniveau ze je zullen brengen. Maar wat houdt het nu precies in?

Het referentiekader is gebaseerd op vijf taalvaardigheden: lezen, luisteren, gesprekken voeren, spreken en schrijven. Er zijn verschillende niveaus: A1 en A2 (basisgebruiker), B1 en B2 (onafhankelijke gebruiker) C1 en C2 (vaardige gebruiker). Op beginnersniveau ben je vooral in staat om eenvoudige gesprekken te voeren over jezelf, je familie en je werk. Op B-niveau breiden de vaardigheden zich uit naar actuele onderwerpen en het uiten van meningen. Dan kun je bijvoorbeeld "artikelen en verslagen lezen die betrekking hebben op eigentijdse problemen, waarbij schrijvers een bijzondere houding of standpunt innemen". Ben je een vaardige taalgebruiker op C-niveau dan kun je moeiteloos allerlei teksten lezen, begrijpen en schrijven en verschillende gesprekken, discussies en redeneringen volgen en voeren. Klik hier voor het complete overzicht van alle vaardigheden en niveaus.

Wil je meer weten over het Europees Referentiekader? Kijk dan eens op de website.

Wie om verschillende redenen - werk, inburgering, toelating tot universiteit - een taalcertificaat nodig heeft, kan daarvoor een examen afleggen en op die manier aantonen op welk niveau hij of zij de vreemde taal beheerst. Voor de Italiaanse taal worden dergelijke examens en certificaten aangeboden door de Universita per Stranieri van Siena (het CILS-examen) en Perugia (CELI-examen), maar ook door de Università degli Studi di Roma Tre en de Società Dante Alighieri.
Bij het Istituto di Cultura Italiano in Amsterdam kun je een examen afleggen en zo'n officieel certificaat bemachtigen. Klik hier voor info over inschrijving en dergelijke. In juni 2012 heb ik mij gewaagd aan het CELI-5. Dat is het hoogst haalbare niveau in Perugia. Op het examen worden alle vijf de vaardigheden getoetst. Zo is er een onderdeel begrijpend lezen, moet je zelf een geschreven tekst produceren, krijg je een luisteroefening en een grammaticatoets en moet je een mondeling tentamen afleggen met een Italiaanse docent van het instituut. Ik heb het examen gehaald en mijzelf dus near native noemen.

Zo'n examen is best pittig, want je weet van tevoren niet met wat voor teksten je te maken zult krijgen. Wie zich nog de taalexamens van de middelbare school herinnert, weet wat hem ongeveer te wachten staat. Uiteraard kun je je er wel op voorbereiden: veel oefenen en alle voorgaande examens doornemen. Wil je dat liever niet alleen doen, dan help ik je daar natuurlijk graag bij. En wie weet heb jij dan binnenkort ook zo'n mooi certificaat!

donderdag 19 april 2012

Een typisch vertalersprobleem

Een vertaler werkt met woorden. Mijn werk bestaat dus uit schrijven op de computer. Ik zit de hele dag te typen en blijf steeds tegen hetzelfde probleem aanlopen: typefouten. Er zijn taalfouten, spreekfouten, schrijffouten maar ook typefouten. En het zijn eigenlijk altijd dezelfde woorden: neit in plaats van niet, ene in plaats van een, mara in plaats van maar, alten in plaats van laten en zo meer. Het gebeurt me ook in het Italiaans: smepre in plaats van sempre. Alle letters zitten in het woord, alleen dan net in een andere volgorde...

Hoe werkt dat toch in je hoofd, in je vingers? Is het niet typisch dat ik steeds dezelfde typefouten maak? Van die fouten die je onbewust maakt, maar die heel irritant kunnen zijn: virendleijk in plaats van vriendelijk is toch lastig als ik elke dag onder aan mijn e-mail 'vriendelijk groet' wil zetten. Wikipedia verklaart: 'Een typefout of tikfout, vaak afgekort als typo naar het Engelse typographical error, is een vergissing die wordt gemaakt tijdens het typen. Het zijn geen fouten die worden gemaakt door onwetendheid of geringe kennis van de taal of spelling, maar fouten die worden gemaakt doordat een vinger verkeerd neerkomt op een toets van het toetsenbord.' Ik heb dus gewoon spastische vingers?

Maar: 'Als het aantal letters klopt, wordt over veel typefouten heen gelezen, vooral als slechts een paar letters van plaats verwisseld zijn (dit kan gebeuren bij snelle typisten die met meerdere vingers typen, door de toetsen net in de verkeerde volgorde aan te slaan).' Ik ben dus gewoon te snel? Ja, dat is wel typisch iets voor mij.