Als je in Italië iets gedaan wilt krijgen, kun je beter even bellen. Italianen houden van menselijk contact en een e-mail...? Daar is niets persoonlijks aan! Ik vind een e-mail echter efficiënter, dus meestal doe ik beide: eerst een e-mail, dan een telefoontje. Vandaag werd ik weer bevestigd in mijn stelling dat als je met Italianen werkt, het nuttig is om behalve de Italiaanse taal te beheersen, ook kennis te hebben van hun gebruiken. Dit is wat er vanochtend aan de telefoon gebeurde:
'Hebt u mijn e-mail ontvangen met het verzoek voor het drukken van visitekaartjes voor ons bedrijf?'
'Blijft u even aan de lijn, ik ga het controleren.' Er was dus nog niets gedaan met mijn e-mail.
....
'Pronto?'
'Sì...'
'Degene die hierover gaat is nu even niet op kantoor. Ik laat u terugbellen.'
Gelukkig werd ik al vrij snel teruggebeld:
'We hebben uw aanvraag ontvangen. We zullen de kaartjes voorbereiden en dan krijgt u vanmiddag de drukproef.'
'Fijn! Ja, want we hebben een nieuwe directeur en die heeft een visitekaartje nodig.'
'Certo, natuurlijk! In dat geval zal ik het meteen in orde maken.'
Nog geen kwartier later had ik de drukproef in mijn mailbox. Want ook dat is Italië: zodra het om de nieuwe direttore gaat, dan krijgt de opdracht voorrang. Daar zijn ze in Nederland niet zo snel van onder de indruk, maar de Italianen zijn daar gevoelig voor.
Taal hangt niet alleen samen met woorden, maar ook met gebruiken. Wat zeg je wel en wat zeg je niet? Hoe, wanneer, waar en in welke vorm? Leer de taal, maar leer dus ook de cultuur. Dan gaan er nog meer en nog sneller deuren voor je open!
... over haar werk als freelance Italianist. Ze tolkt en vertaalt (van en naar het Italiaans), geeft les (Italiaans aan Nederlanders, Nederlands aan Italianen) en schrijft over wat er op haar pad komt en waar ze blij van wordt.
vrijdag 7 september 2012
zondag 2 september 2012
Genova, een verrassing...
Op 10 augustus 2007 schreef ik op mijn oude weblog
het volgende:
-----
Zonder enige verwachting stapte ik hier gisteren binnen en keek meteen
mijn ogen uit. De enorme, fraai versierde palazzi getuigen van de rijkdom die al in vroege eeuwen is
vergaard. De oude haven laat je wegdromen naar de tijd van zeevaarders en
houten schepen, ook al zie je nu bij het ontwaken slecht dure yachts en luxe
zeilschepen. De kleine straatjes van het centro
storico geven je een gevoel van aangename verdwaling… om ieder hoekje
wacht een nieuwe verrassing: een betoverend pleintje, een afgelegen kerkje of
een nieuw steegje dat weer verder leidt naar nieuwe avonturen.
Het straatbeeld wordt echter opgeschrikt door een flinke dosis
neonverlichting. Merknamen als Rolex en Rostkafe (een Genuaans koffiemerk uit
1903) flikkeren je tegemoet, de rode Feltrinelli letters knipperen aanlokkend.
Het is augustus en de stad straalt een rust uit waarvan ik me afvraag of die er
na de zomer nog zal zijn. Dat geeft me in ieder geval de kans om op mijn
gemakje rond te kijken en deze heerlijke, fotogenieke plek in me op te nemen.
-----
Wat ik toen, in augustus 2007, niet wist was dat ik een paar maanden
later een jongen zou ontmoeten die daar was geboren. Een jongen die me
nog veelvoudig mee zou gaan nemen naar die bijzondere stad en mij deelgenoot
zou gaan maken van alle mooie plekjes die ik de eerste keer niet had ontdekt.
Een jongen die met mij de rest van zijn leven wil delen en mij ten huwelijk heeft
gevraagd. Wie weet gaan we er dan ook ooit wel wonen...
donderdag 9 augustus 2012
Margaret Mazzantini: een moeizame liefde
Mijn eerste kennismaking met
de schrijfster Margaret Mazzantini vond plaats in een bioscoop in Rome, toen ik
naar de verfilming van haar boek Non ti
muovere (Ga niet weg,
uitgegeven bij de Wereldbibliotheek) ging. Het boek had ik niet gelezen, maar
bij de film heb ik van het begin tot het eind zitten huilen. Het verhaal gaat
over Timoteo en zijn vijftienjarige dochter, Angela, die in coma ligt. Terwijl zij
vecht voor haar leven zit hij aan haar bed en biecht tot in detail zijn diepste
en intiemste geheim op: zijn noodlottige liefde voor een andere vrouw dan haar
moeder, een vrouw die zijn hart in alle opzichten heeft gestolen. Timoteo
smeekt Angela bij hem te blijven: ‘Ga niet weg. Ik wil je iets vertellen’.
Het boek en de film waren
zowel in Italië als in Nederland een groot succes. Toen de uitgever ons belde
voor de vertaling van Mazzantini's nieuwste boek, was ik dan ook erg gevleid
dat Mara en ik een boek van haar mocht vertalen. Ter wereld gekomen speelt zich deels af in
het vroegere Joegoslavië, waar de grote liefde tussen Gemma en Diego tijdens de
belegering van Sarajevo in de jaren negentig abrupt tot een einde komt. Als
Gemma jaren later met haar zoon Pietro teruggaat naar die verscheurde stad,
komen allerlei onbeantwoorde vragen weer boven en doet ze een verschrikkelijke
ontdekking. Een ontdekking die je tijdens het lezen langzaam begint te
beseffen, maar waar je eigenlijk niet aan wilt. Een verhaal over liefde, tegen
de heftige achtergrond van oorlog en onvruchtbaarheid.
Onlangs verscheen bij de
Wereldbibliotheek een derde boek van haar: Niemand
overleeft alleen, een vertaling die ik
tevens samen met Mara Schepers op me heb genomen. Ook deze keer weer een grote,
maar tragische liefde. Ook deze keer weer een moeilijke situatie: Delia en
Gaetano zijn niet meer bij elkaar en we volgen de twee op een avond in een
restaurant, waar ze moeten leren omgaan met hun gevoelens en hun scheiding.
Mazzantini laat op briljante wijze zien hoe de passie aan het begin en de woede
aan het einde van een relatie gevaarlijk dicht bij elkaar liggen. Een roman die
zich laat lezen als de gevoelsbiografie van een generatie, van deze generatie.
Van Mazzantini moet je
houden. Ze schrijft schitterende verhalen, maar ze vertelt ze wel altijd met
een omweg. Haar eigenzinnige stijl, gekenmerkt door breedvoerige zinnen en
ingewikkelde metaforen, zorgt ervoor dat haar verhalen diepgang krijgen en dat ook
de lezer met de gevoelens van haar hoofdpersonen worstelt.
Ook als vertaler moet je van
Mazzantini houden, want de gevoeligheid van de Italianen laat zich niet
makkelijk vertalen naar het nuchtere Nederlands. Ook ik voel dus een moeizame
liefde voor het werk van Mazzantini: het is schoonheid en passie, maar ook
heftig en zwaar.
dinsdag 24 juli 2012
Tendenze Toscane - opfriscursus
Zoals voor veel beroepen geldt, zul je ook als docent
Italiaans af en toe je kennis moeten bijspijkeren. Je kennis van de Italiaanse
taal, maar ook je kennis van lesmethoden en onderwijstechnieken. En waar kun je
dat als docent Italiaans beter doen dan in Italië? Daarom hebben we dit jaar deelgenomen aan het programma
Tendenze Toscane, aan de Università per Stranieri in Siena, in hartje Toscane.
Een week lang werden wij onderworpen aan deskundige professori op het gebied van de Italiaanse taal en cultuur.
De cursus werd ingeleid door de rector van de
universiteit die ons bewust maakte van onze belangrijke rol als ambassadeur: wij
docenten zijn degenen die de Italiaanse taal en cultuur moeten verspreiden in
de rest van de wereld! En aan deze ‘zware’ taak wijden wij ons elke dag weer
vol plezier en voldoening.
De cursus was echter niet zozeer ingericht om
kant-en-klare lesprogramma’s of -technieken aan te bieden, maar wilde met name
handvatten aanreiken voor het invullen van onze lessen: zij geven ons de ingrediënten,
maar wij maken er ons eigen gerecht mee!
Tijdens de eerste les gingen we meteen van start met een
paar pittige onderwerpen van de Italiaanse grammatica. Het Italiaans is niet
alleen een mooie, maar ook een vrij complexe taal. Gelukkig niet zo ingewikkeld
als het Nederlands, maar een aantal onderwerpen - zoals het gebruik van
werkwoordtijden en voornaamwoorden - kan wel wat extra aandacht gebruiken. De
les was niet bedoeld als grammaticales – wij kennen de grammatica inmiddels van
haver tot gort -, maar leerde ons hoe we deze onderwerpen het beste aan de student
kunnen overbrengen. Andere taalkundige onderwerpen die aan bod kwamen waren oefeningen
voor het uitbreiden van het lexicon, het gebruik van woordspelletjes en
methodes om de spreekvaardigheid van de student te bevorderen.
Maar als docent Italiaans moet je natuurlijk niet alleen
kennis hebben van de taal en de grammatica, je moet ook vertrouwd zijn met de
cultuur. Veel culturele aspecten komen tot uiting via de taal en veel
taalkundige aspecten ontstaan uit een culturele achtergrond. Dus worden er
tijdens een opfriscursus voor docenten ook lessen over cultuur gegeven. En als
je je kennis van de Italiaanse taal en cultuur opfrist worden er dan natuurlijk
onderwerpen aangesneden als: cinema, musica,
vino, letteratura. Hoe kun je als docent deze onderwerpen gebruiken bij het
lesgeven in de Italiaanse taal? Hoe kan de studenten deze aspecten gebruiken
bij het leren van de Italiaanse taal? Films kijken, muziek luisteren,
literatuur lezen: al deze elementen kunnen het leerproces bevorderen. Maar
behalve het middel kan het ook het doel zijn: wat een geweldig gevoel moet het
zijn als je als student Italiaans ineens al die mooie liedjes begrijpt, die
mooie verhalen, die mooie taal!
Natuurlijk staat de Italiaanse cultuur ook bekend om eten
en drinken. Erg interessant was dan ook de wijnproeverij bij de Enoteca
Italiana met een les over teksten op het etiket op de achterkant van
wijnflessen. Maar ook natuur, architectuur en stedenbouw ging niet onopgemerkt
voorbij: we deden dus ook een giro
turistico door het historische centrum van Siena en het mooie Toscaanse
landschap, een zeer inspirerende omgeving.
Al met al was het een leuke en leerzame cursus, die
ervoor heeft gezorgd dat we vol nieuwe ideeën zitten voor het komende
schooljaar. Zo worden onze cursussen Italiaans wellicht nog boeiender en
leerzamer! Woon je in de buurt van Utrecht en wil je bij ons Italiaanse les
volgen? Kijk dan op de website van de
Volksuniversiteit Utrecht en schrijf je in!
Geschreven met Mara Schepers
Geschreven met Mara Schepers
Foto's: Miriam Bunnik
Labels:
cinema,
cultuur,
docent,
Italiaans,
Italiaans leren,
Italiaanse delicatessen,
Italiaanse film,
Italiaanse literatuur,
Italiaanse muziek,
Italië,
lesgeven,
natuur,
vino
maandag 16 juli 2012
De Palio in Siena
Er zijn bepaalde dingen die je als Italië-liefhebber moet zien en meemaken. Zo is ook de Palio in Siena ongetwijfeld iets wat je niet mag missen.
Op een van de mooiste pleinen van Italië wordt twee keer per jaar een historische paardenrace gereden: de Palio. Deze race, gewijd aan de Heilige Maria, is een uiting van de rivaliteit tussen de zeventien verschillende contrade, wijken of buurtschappen, van de stad. Wanneer je rond deze tijd door Siena loopt zie je overal vlaggen in verschillende kleuren, met de afbeelding van een (mythologisch) dier. Zo is er de contrada van de pantera (panter), de aquila (adelaar) en de lupa (wolvin). Elke contrada is als een staat op zich, met een volksvertegenwoordiging, een priore en een eigen hiërarchie. Er doen echter maar tien contrade mee, die via een loting worden uitverkoren. Vervolgens wordt, wederom middels een loting, aan elke contrada een paard toegewezen, dat dag en nacht wordt bewaakt en verzorgd. Net als de fantino, de ruiter, die in de laatste dagen voor de race wordt opgesloten en voortdurend door twee heuse bodyguards wordt bewaakt. Afgesloten van de buitenwereld, het nieuws en vooral vrouwelijk gezelschap, kan hij zich in opperste concentratie op zijn belangrijke taak voorbereiden.
Geschreven met Mara Schepers
Foto's: Miriam Bunnik
Abonneren op:
Posts (Atom)
