donderdag 2 mei 2013

'Bloedgeld' van Edward Hendriks

Toen bij ons de kou en het winterse weer maar aanhield, ging ik op zoek naar wat warmte. Met een goed boek en een kop thee op de bank dacht ik mijn koude dagen wel door te kunnen komen. Een thriller die zich afspeelt in Napels, met de titel Bloedgeld, beloofde me veel goeds. In het zuiden van Italië, in de Case al Sole, zou ik overwinteren.

Een olijfboomgaard, een brandende zon, een koffiebar waar Sofia heerlijke koffie serveert. Ik ben in gedachten in Italië. Al snel breekt het zweet me uit als de hoofdpersoon Wessel geen inspiratie kan vinden voor zijn schrijfopdracht. Hij heeft dringend geld nodig. Zijn vriendin, Sanne, is eigenlijk helemaal niet blij met hun verhuizing naar Zuid-Italië. Warm krijg ik het van de mediterrane hitte. Van de mysterieuze buurman Giorgio en zijn geheimzinnige praktijken. Van de passionele seksscène tussen Giorgio en Sanne in het weekend van Ferragosto, terwijl Wessel een dubieuze opdracht uitvoert voor Giorgio.
Aan het boek gekluisterd ben ik in de angstaanjagende nacht waarin Sofia wordt aangevallen en haar moeder wordt vermoord. Ik kreeg het Spaans - of Italiaans? - benauwd van de beklemmende situatie waarin Wessel zich bevindt als hij verdacht wordt van moord. Met kloppend hart lees ik hoe hij vlucht naar Nederland. Hoe hij vervolgens weer terugvlucht om de belangrijkste deadline van zijn leven te halen.

Hoe de vork precies in de steel zit, weet je - zoals het een goede thriller betaamt - pas aan het einde van het boek. Natuurlijk heb je als lezer vertrouwen in je hoofdpersoon, maar soms vraag je je, net als zijn vriendin toch af: Had de aanhoudende mediterrane hitte zijn hersenen langzaam maar zeker gekookt?

Een heerlijke pageturner om je aan op te warmen. Of om gewoon lekker te lezen. Voor wie van Italië en van spannende boeken houdt, zoals ik. En mocht je het tijdens het lezen echt te warm krijgen, kun je altijd wat verkoeling zoeken in het zwembad op het omslag. Maar je zult zien: dit boek sla je niet snel dicht.
 
Benieuwd? Koop Bloedgeld van Edward Hendriks dan nu:


zondag 14 april 2013

Een goede, snelle of goedkope vertaling?

Als freelance vertaler heb je het er maar druk mee: je moet niet alleen je teksten goed vertalen en op tijd inleveren, je moet daarnaast ook jezelf (en je vertalingen) verkopen. Om nieuw werk te genereren zul je je vertaalkunsten aan de man moeten brengen. Eerst moet je zorgen dat je vertaalopdrachten binnenkrijgt en daarna dat je je klanten tevreden houdt. Kortom, er zit ook een commerciële kant aan het vertalersvak. En dat is een vak apart. Een woordtarief bepalen, reclame maken voor jezelf, vertaalbureaus aanschrijven en ga zo maar door. Uiteindelijk gaat het erom dat ze jou nemen en niet naar de conculega gaan.
 
Voordat ik als freelancer begon heb ik gelukkig eerst wat werkervaring opgegaan en mijn eerste baan was toevallig een zeer commerciële, daar heb ik mooi mijn vruchten van geplukt. Van mij werd verwacht dat ik klanten enthousiast maakte voor Italiaanse buisconstructies en technische aanverwanten. Mijn collega in de buitendienst zou daarna de bal inkoppen. Vers van de universiteit had ik nog nergens kaas van gegeten, maar mijn eerste baas was een ster in verkopen. Die heeft mij de fijne kneepjes van de verkoopkunst bijgebracht. Dat betekent niet dat ik nu mensen vertalingen aansmeer die ze niet nodig hebben, maar ik heb wel een ding geleerd dat ik graag zou willen delen met andere vertalers, en met name met vertaalbureaus:
 
Iedere aanbieder van welk product of welke dienst dan ook biedt een bepaalde kwaliteit, heeft daarvoor een bepaalde levertijd nodig en vraagt voor dat alles een prijs. Dit zijn drie zeer belangrijke elementen: kwaliteit, levertijd en prijs. Welke klant zou die nou niet alle drie tegelijk hebben? In mijn geval dus een snelle, goede en goedkope vertaling. Dat betekent dat een welwillend vertaler snel en goed zijn best moet doen, maar daar niet voor beloond hoeft te worden. Maar vertalen is toch gewoon een vak? En een vertaling is toch gewoon een product?
 
In de commerciële wereld hebben ze het volgende afgesproken: je mag van de drie bovengenoemde elementen er twee uitkiezen, geheel naar eigen keuze. Een snelle en goedkope vertaling? Kan, maar dat is dan natuurlijk nooit een heel goede. Kwaliteit belangrijk, maar weinig budget? Dat kan, alleen dan niet meteen. Liever toch snel in huis en wel een goede vertaling? Dan zul je wat dieper in je buidel moeten tasten.
 
Dat is toch een eerlijke deal? Wij vertalers houden van ons vak, maar moeten ook brood op de plank brengen en 'erger' nog: we willen graag serieus genomen worden. Dus beste vertaler die voor 6 cent per woord zit te ploeteren, bedenk dit: heb je toch snel en goed werk geleverd? Dan ben je óf een dief van je eigen portemonnee óf je hebt gebrek aan eigenwaarde.
 

donderdag 4 april 2013

Bologna, en hoe het allemaal begon...

In groep 7 kregen we de opdracht om in groepjes van vier een werkstuk te schrijven over een (Europees) land. Ik kan me nog goed herinneren dat ik volmondig 'Italië!' riep. Ik weet alleen niet meer waarom. Dat werkstuk heb ik nog steeds. Mijn favoriete stuk gaat over Bologna. Ik weet niet meer wie van ons het heeft geschreven, maar er staat: In Bologna staan twee torens, de "Due" en de "Torri". Fantastisch! Nu weet ik dat due 'twee' betekent en torri 'torens'. En dat die twee torens in Bologna de Asinelli en de Garisenda heten.
 
Nu weet ik ook dat het de stad van de drie T's is: Torri, Tette e Tortellini.  In eerste instantie dacht ik dat tette (tieten) een typefout was en dat het tetti (daken) moest zijn. Bologna is namelijk fameus om haar rode daken. Daarom wordt ze ook wel la rossa genoemd. Ook vanwege het veelal communistische karakter van haar inwoners. Maar ze is ook la grassa (de vette), vanwege de heerlijk en ietwat dikmakende keuken. En ze is  la dotta (de geleerde), vanwege de oudste universiteit van Europa die zich in haar midden bevindt. Die tieten worden overigens schaamteloos getoond op een grote fontein op het Piazza Nettuno. Ik heb me laten vertellen dat Bologna van nogal losbandige aard is.
 
Vanavond ga ik terug naar deze stad, waar welbeschouwd de basis is gelegd voor mijn carrière als italianist. Waar mijn passie voor Italië en de Italianase cultuur is uitgebloeid tot wat eerst een obsessie was en nu onlosmakelijk deel uitmaakt van mijn leven.

In 2002, na mijn eerste studiejaar ging ik op negentienjarige leeftijd helemaal alleen met het vliegtuig naar Bologna. Dat was toen nog heel spannend. Ik had alle grammatica geleerd en al mijn tentamens gehaald. Het zou goedkomen!
We gingen een zomercursus doen aan het CILTA (Centro Interfacoltà di Linguistica Teorica e Applicata). Alle deelnemende studenten hadden een studentenhuis toegewezen gekregen waar ze tussen de Italiaanse studenten zouden vertoeven. Mij was het meidenhuis ten deel gevallen. Alleen maar dames en ik had niet eens mijn eigen kamer. Die moest ik delen met een Italiaanse die bij mijn aankomst niet aanwezig was, maar wel na mijn eerste (stap)avond in haar bed op mijn kamer lag toen ik om vier uur 's nachts thuiskwam.
Onze lessen waren 's ochtends, van 09.00 tot 13.00. Daarna waren we vrij. Vrij om onze taalkennis in de praktijk te brengen. Die praktijklessen vonden echter veelal 's avonds plaats. Tijdens het uitgaan. In de Ierse pub, in de Giardini Margherita, in de Baraonda. En al gauw waren de lessen op school niet meer zo interessant.
 
In Bologna heb ik mijn eerste droom in het Italiaans gedroomd. Dat schijnt een teken te zijn dat je de taal onder de knie hebt. Ik denk dat ik gewoon een beetje dronken was. In Bologna heb ik kennis gemaakt met Tiziano ferro, met carabinieri en pasta al pesto. In Bologna kwam ik erachter dat Italiaanse mannen zich niet generen bij hun versierpogingen. En dat mensen je op straat veelal groeten en winkeliers en barmannen je de volgende dag herkennen. Dat zelfs de uitsmijter van onze stamkroeg me vier jaar later nog niet is vergeten. In Bologna heb ik elf jaar geleden een vriendschap gesloten die nog altijd voortduurt en met de jaren steeds sterker is geworden. Het is om deze vriendschap dat ik vanavond terugga naar Bologna!
 
 

zaterdag 30 maart 2013

Ora legale o solare?

Vanavond wordt de klok weer verzet. Hoewel het nog niet zo voelt, komt de zomer eraan en dan zetten we altijd de klok een uur vooruit, zodat we ’s avonds een uurtje langer licht hebben. Helaas betekent dit bij ons niet automatisch dat we dan ook een uurtje langer warmte hebben.
 
In Italië spreken ze van l’ora solare en l’ora legale. Het woord solare doet denken aan de zon en dus aan de zomertijd. Toch is dat niet zo. In Nederland spreken we van zomertijd en wintertijd, maar eigenlijk is er maar één natuurlijke tijd, die van de zon. In de oudheid werd het dagritme aangepast aan de duur van de dag. Bij de Romeinen begon de dag gewoon bij zonsopgang en kwam bij zonsondergang weer tot een einde: l’ora solare.
 
De zomertijd is door ons mensen bedacht. Op deze manier kunnen we beter gebruik maken van de zonuren en kosten besparen op de energie, doordat we 's avonds de lampen minder lang aan hoeven te doen. Op Wikipedia kwam ik te weten dat men in Italië in 1966 is begonnen met het instellen van de zomer- en wintertijd. Dit is bij wet vastgelegd, en daarom spreekt men in Italië van legale, wettelijk.
 
Voor de Italiaans schrijver Francesco Piccolo is het verplaatsen van de wijzers een moment van onverwacht geluk. Zo schrijft hij:
 
De dag waarop de zomertijd ingaat, of de wintertijd. Omdat niemand weet of deze keer de wintertijd ingaat in plaats van de zomertijd, of de zomertijd in plaats van de wintertijd; en of we ’s nachts een uur langer of een uur korter kunnen slapen. Dit veroorzaakt dodelijk vermoeiende discussies, die doorgaan totdat het uur waarop de wijzers worden verplaatst voorbij is en daarmee is ook het eventuele extra uurtje slaap tenietgedaan. Want er is altijd wel iemand die, ook al hebben ze het voor hem op papier uitgetekend, niet overtuigd is en zegt dat het volgens hem het tegenovergestelde is: oftewel, dat we een uur langer kunnen slapen en niet een uur korter zoals jullie allemaal zeggen (of een uur korter en niet langer).
Als je geeuwt, of zegt dat je honger hebt, of moe bent, is er altijd wel iemand die je helpt herinneren dat dat logisch is, want het is tien uur, maar eigenlijk is het elf uur; het is twee uur, maar eigenlijk is het één uur. En dan, wanneer om zeven uur ’s avonds de zon nog zo hoog staat en je ontroerd raakt, omdat je inmiddels voelt dat de lente is begonnen, en je zegt ‘wat heerlijk, de dagen worden langer’, vertellen ze je dat het niet helemaal zo is, want het klopt dat het zeven uur is, maar eigenlijk is het zes uur en alleen daarom staat de zon nog hoog.
En zo word je meteen weer verdrietig.
Maar het is wel leuk wanneer in het hoekje onderin op de eerste pagina van de krant een tekening staat van een klok met het onderschrift: vergeet niet vannacht de klok een uur vooruit (of achteruit) te zetten. En de dag erna staat er: hebben jullie eraan gedacht de klok een uur vooruit (of achteruit) te zetten?
 
Dus vanavond niet vergeten! En wil je nog meer van dit soort grappige stukjes lezen? Koop dan het boekje Momenten van onverwacht geluk van Francesco Piccolo:


 
 
 

maandag 25 maart 2013

Europees Referentiekader

Iedereen die op wat voor manier dan ook een vreemde taal verwerft, wordt er weleens mee geconfronteerd: het Europees Referentiekader, een raamwerk waarmee het kennisniveau van verschillende moderne talen kan worden vergeleken. Je ziet het op alle lesboeken staan en alle taalcursussen vertellen je precies tot welk taalniveau ze je zullen brengen. Maar wat houdt het nu precies in?

Het referentiekader is gebaseerd op vijf taalvaardigheden: lezen, luisteren, gesprekken voeren, spreken en schrijven. Er zijn verschillende niveaus: A1 en A2 (basisgebruiker), B1 en B2 (onafhankelijke gebruiker) C1 en C2 (vaardige gebruiker). Op beginnersniveau ben je vooral in staat om eenvoudige gesprekken te voeren over jezelf, je familie en je werk. Op B-niveau breiden de vaardigheden zich uit naar actuele onderwerpen en het uiten van meningen. Dan kun je bijvoorbeeld "artikelen en verslagen lezen die betrekking hebben op eigentijdse problemen, waarbij schrijvers een bijzondere houding of standpunt innemen". Ben je een vaardige taalgebruiker op C-niveau dan kun je moeiteloos allerlei teksten lezen, begrijpen en schrijven en verschillende gesprekken, discussies en redeneringen volgen en voeren. Klik hier voor het complete overzicht van alle vaardigheden en niveaus.

Wil je meer weten over het Europees Referentiekader? Kijk dan eens op de website.

Wie om verschillende redenen - werk, inburgering, toelating tot universiteit - een taalcertificaat nodig heeft, kan daarvoor een examen afleggen en op die manier aantonen op welk niveau hij of zij de vreemde taal beheerst. Voor de Italiaanse taal worden dergelijke examens en certificaten aangeboden door de Universita per Stranieri van Siena (het CILS-examen) en Perugia (CELI-examen), maar ook door de Università degli Studi di Roma Tre en de Società Dante Alighieri.
Bij het Istituto di Cultura Italiano in Amsterdam kun je een examen afleggen en zo'n officieel certificaat bemachtigen. Klik hier voor info over inschrijving en dergelijke. In juni 2012 heb ik mij gewaagd aan het CELI-5. Dat is het hoogst haalbare niveau in Perugia. Op het examen worden alle vijf de vaardigheden getoetst. Zo is er een onderdeel begrijpend lezen, moet je zelf een geschreven tekst produceren, krijg je een luisteroefening en een grammaticatoets en moet je een mondeling tentamen afleggen met een Italiaanse docent van het instituut. Ik heb het examen gehaald en mijzelf dus near native noemen.

Zo'n examen is best pittig, want je weet van tevoren niet met wat voor teksten je te maken zult krijgen. Wie zich nog de taalexamens van de middelbare school herinnert, weet wat hem ongeveer te wachten staat. Uiteraard kun je je er wel op voorbereiden: veel oefenen en alle voorgaande examens doornemen. Wil je dat liever niet alleen doen, dan help ik je daar natuurlijk graag bij. En wie weet heb jij dan binnenkort ook zo'n mooi certificaat!