woensdag 27 februari 2013

Een spannende boekvertaling

Zo, daar ligt-ie dan. Op 15 maart 2012 kwam het werkexemplaar binnen, en nu ligt de vertaling op de mat. Het was een flinke pil, 669 pagina's. Gelukkig hoefde ik al die woorden niet alleen te vertalen. Zoals altijd deed ik dat met co-vertaalster en goede vriendin Mara Schepers. Hoe we dat doen kun je hier lezen.

Nu dan dus een thriller. Na de romans van Mazzantini was dat even iets heel anders. Een verhaal dat plot driven is en stilistisch iets minder ingewikkeld in elkaar zit. Een verhaal met veel spanning, moord en doodslag en veel verschillende personages, waarvan je alle namen moet onthouden. Wellicht geen literair hoogstandje, maar minstens zo spannend om te vertalen. Leuke bijkomstigheid is dat dit boek pas het eerste deel is van een heuse trilogie. We zijn al bezig met twee deel en deel drie ligt nog in het verschiet voor later.
 
Nu dus een thriller, of zoals dat in het Italiaans heet een giallo (geel). In 1929 begon de uitgeverij Arnoldo Mondadori Editore met het uitgeven van een reeks politieromans onder de naam I libri gialli. Deze boeken hadden allemaal een geel omslag. In april 1946 werd deze serie omgedoopt tot Il Giallo Mondadori (voor de volledige lijst met titels, zie wikipedia). Deze reeks was zo populair, dat de naam is overgenomen voor het genre en inmiddels zijn er bij verschillende uitgevers politie- en misdaadromans verschenen onder deze noemer.
 
Onze giallo is echter wel wat meer dan een simpele whodunit. We zien in 1982 een moord op een gewoon meisje, een goede buurt in Rome, een politieagent met een duister verleden. We zien in 2006 een verdwenen Roemeense prostituee, een politiek verdeeld land, een politieagent met schuldgevoelens. Costantini laat ons de zwarte kant van de Italiaanse maatschappij zien: corruptie, zwartgeld, racisme. Armoede, wanhoop en prostitutie. Deze maatschappij wordt op ingenieuze wijze weerspiegeld in de personages. De hoofdpersoon is politieagent Balistreri, een lusteloze, arrogante en egoïstische vrouwenversierder, wiens leven draait om drank, sigaretten, vrouwen en poker. Wellicht niet een personage dat meteen de sympathie van de lezer wekt. Zijn vriend Dioguardi is zijn tegenbeeld: trouw, gematigd en beheerst. Beide personages belichamen zowel het goede als het kwade, het feit dat er in ieder mens een engel en een duivel schuilt.
 
Jij bent het kwaad is een pageturner met diepgang. De plot is spannend, uitdagend en confronterend, en je wilt het boek niet wegleggen voordat je weet hoe de vork in de steel steekt. Als het boek uit is, ben je wellicht van Balistreri gaan houden, of in elk geval nieuwsgierig geworden naar waarom hij is geworden wie hij is. Dan is het, zoals het een goede trilogie betaamt, tijd voor deel twee.

Nieuwsgierig? Bestel meteen deel 1:

donderdag 7 februari 2013

Matrimonio all'italiana

Wat kan ik me, als italofiel en italianist, nog meer wensen dan trouwen in Italië met een Italiaan? Een lust voor mijn interculturele hart, want bij het organiseren van een bruiloft in Italië - en zeker wanneer bruid en bruidegom niet dezelfde nationaliteit hebben - krijg je onherroepelijk te maken met cultuurverschillen. Gelukkig heb ik al meerdere bruiloften meegemaakt in Italië en weet ik dus wat me te wachten staat.

Zoals trouwen in de kerk. In Nederland trouwt bijna niemand meer in de kerk en volgens kerknieuws neemt deze tendens ook in Italië langzaam af. Gelukkig is een kerkelijk huwelijk ook meteen rechtsgeldig in andere landen, dat scheelt weer een bezoekje aan het gemeentehuis. Maar trouwen in de kerk betekent wel: corso di preparazione, een voorbereidingscursus bij de pastoor die jou de ins en outs van het katholieke huwelijk bijbrengt.

Een Nederlandse huwelijksfeest begint veelal in een stadshuis waar bruid en bruidegom tezamen aan komen rijden. In Italië wacht de bruidegom zijn meisje op in de kerk. Traditiegetrouw komt zij te laat en laat zich door haar vader naar het altaar brengen. De ceremonie is, net als in Nederland, openbaar, maar daarna verschillen de twee culturen nogal. Een Nederlandse bruidspaar geeft vaak een groot feest in de avond. Wat er tussen ceremonie en feest gebeurt weten alleen de ‘daggasten’: de meest naaste familie en de beste vrienden, die wel de hele dag bij het bruidspaar blijven. Soms is er een receptie voor mensen die dan weer niet op het feest mogen komen. In Italië is dat anders: daar word je wel of niet uitgenodigd. Alle genodigden zijn er de hele dag bij en er wordt met z’n allen gegeten. En er wordt vooral véél gegeten. Bier drinken hoort daar echter niet bij.
In Italië worden de mensen die niet zijn uitgenodigd maar het bruidspaar wel kennen op de hoogte gebracht van het huwelijk door middel van een partecipazione. Dat is een kaartje waarop de ouders van beide partijen aankondigen dat hun zoon en dochter gaan trouwen. Iedereen krijgt zo’n kaart, maar niet iedereen ontvangt er ook een invito (uitnodiging) bij.

Volgens de Italiaanse traditie trouwt het bruidspaar in de geboorteplaats van de bruid. In mijn geval zou dat Gouda zijn, maar aangezien ik ook een beetje van Italië houd, trouw ik liever daar. Eén van de voordelen van trouwen in Italië is dat er ontzettend veel mooie trouwlocaties zijn en over het algemeen is het altijd mooi weer. In Nederland loop je vaak de kans dat het regent op je grote dag, wat overigens in Italië weer geluk brengt: sposa bagnata, sposa fortunata (natte bruid, fortuinlijke bruid). Alles is mooi in Italië. Ook Italiaanse gasten zien er altijd piekfijn uit. In Nederland zie je nog weleens spijkerbroeken en ruitjesbloezen, alsof de gasten zo uit kantoor zijn weggelopen. In Italië niet, daar doet men aan fare la bella figura. In meerdere opzichten.

Ook wat betreft huwelijkscadeaus. Italianen geven heel gul voor bruiloften, zelfs als ze niet op het feest kunnen komen. Er bestaat zoiets als een lista nozze, dat is een lijst die het bruidspaar opstelt bij een winkel naar keuze en waarop ze de spulletjes zetten die ze graag zouden willen hebben. Omdat veel stellen nog steeds uit huis trouwen (meer om economische dan om religieuze redenen), hebben ze vaak nog alles nodig voor hun huishouding. Dan is zo’n lijst heel handig, ook in Nederland wordt daar weleens gebruik van gemaakt. Iedere genodigde kan een cadeau uitzoeken en de winkel zorgt dan dat het bij het bruidspaar terechtkomt. Zit daar niets bij of is alles al afgevinkt, dan kun je altijd nog geld geven, of overmaken. Menig bruidspaar in Italië kan er de complete bruiloft van betalen en nog geld overhouden ook. Maar hoe warm de Italianen ook zijn, het overmaken van geld vind ik nogal een koude manier van schenken. Dan overhandig ik liever een (Nederlandse) enveloppe. Maar deze cadeautip op de uitnodiging plaatsen wordt niet gewaardeerd. 

Na afloop van de bruiloft krijgen alle gasten een cadeautje (met bruidssuiker) mee naar huis. In Italië heet dat een bomboniera, vaak een ietwat kitscherig potje of beeldje dat je liever niet in je woonkamer zet. Hier is het aan het bruidspaar om uit te blinken: hoe mooier, hoe beter. Ook de mensen die niet zijn gekomen horen iets te krijgen. In Nederland worden tegenwoordig grappige dingen als flesjes katerwater of pakjes bruide(n)gom uitgedeeld.

Paese che vai, usanze che trovi, elk land heeft z’n eigen gebruiken en ik kom in beide culturen mooie dingen tegen. Ik houd van de Italiaanse deftigheid, maar ook van de Nederlandse persoonlijkheid. Ik wil met iedereen eten, maar wel gewoon een cadeautje in mijn handen krijgen. Wellicht kan ik alle positieve punten combineren nu ik zelf over honderd dagen met een Italiaan trouw.