maandag 2 november 2015

Food and the city: lekker eten in Rotterdam

Vorige week kwam het heuglijke bericht dat Rotterdam op de topstedenlijst van de Lonely Planet op nummer vijf staat! Rotterdam wordt met de dag populairder en daar ben ik als inwoner best wel een beetje trots op. Gewoon, omdat ik het een fantastische stad vind om in te wonen waar nu eindelijk een beetje erkenning voor komt. 
Niet alleen als toeristische trekpleister, met architectonische hoogstandjes als de Markthal en Centraal Station, maar ook als foodstad doet Rotterdam inmiddels niet meer onder voor andere grote steden. En laat nou juist dat lekker eten hot item zijn de laatste tijd. Waar je in de stad als foodie precies je hart kunt ophalen lees je wellicht op De Buik van Rotterdam, het grootste foodblog van Rotterdam (en Nederland?) met honderden artikelen over de Rotterdamse foodcultuur. Dat is leuk en handig, zo'n site, maar er is meer! Niemand minder dan (food)journalisten Wim de Jong en Frank van Dijl, die lange tijd als oprichters en redacteurs verbonden waren aan De Buik maar nu helaas niet meer, hebben de mooiste en beste plekken gevangen op papier. Er gaat toch niets boven een echte papieren gids? Wie van Rotterdam houdt of van lekker eten, en helemaal wie van beide houdt, moet de volgende twee boeken  daarom in zijn kast hebben staan:

Wat is Rotterdam toch heerlijk

Bij uitgeverij Good Cook verscheen de culinaire reisgids Heerlijk Rotterdam. Overzichtelijk ingedeeld per gebied is dit het ideale naslagwerk om waar dan ook in de stad je weg te vinden naar de beste tentjes. Te beginnen bij het prachtige, iconische Centraal Station, een attractie op zich. In het alfabetische register achterin tel ik 347 namen van tenten en festivals die de moeite waard zijn. Keuze genoeg dus. Erg fijn is ook het register per categorie. Zo vind je in een klap de juiste bakker, lunchtent of ijssalon. In het boek staan natuurlijk mijn all time favorites Hopper voor goede koffie en een smakelijke lunch, O'Pazzo waar wij heel wat pizza's naar binnen hebben gewerkt, Caffè Booon waar ik meestal mijn zakelijke afspraken heb, Soi3 waar ik op luie dagen pad thai bestel en laat thuisbezorgen en Café Rotterdam waar ik altijd heen ga voor het uitzicht op zowel de Maas en de stad als op de borden met de prachtig opgemaakte gerechten. Wel mis ik in deze gids Ter Marsch & Co, onze favoriete burgertent. Maar goed, er is dan ook echt heel veel te vermelden.


En toen kwam er een stadskookboek

Vorige week was ik bij de lancering van het stadskookboek Rotterdam. Een klein feestje bij Kookpunt Rotterdam op het Noordplein. Ik had nog niet eerder van een stadskookboek gehoord. Even googlen leert dat er alleen een Apeldoornse variant bestaat: Dik Apeldoorns Stadskookboek. En nu dus Stadskookboek Rotterdam, uitgegeven door Mo'media. Niet zo dik, 176 pagina's, maar wel een lekker groot formaat. En een schitterende opmaak. Een boek dat heerlijk naar boek ruikt. We vinden er verhalen over chefs, over hotspots en over culinaire pioniers. Wie zetten Rotterdam zo culinair op de kaart? We zien Milan Gataric, bij wie ik een keer heerlijk Italiaanse vleeswaren mocht proeven. We maken kennis met Derk Jan Wooldrik, die een heerlijke Napolitaanse pizza maakt bij BIRD. We leren de toch best beroemde Herman den Blijker kennen en ontmoeten vele andere bijzondere chefs. Een aantal van hen liep ook rond op het lanceringsfeestje en Sieberen Meerema hield een poëtisch praatje voor de schrijvers.
Maar een kookboek zou geen kookboek zijn als er niet ook recepten in staan. Vera de Sterke stond de mannen bij in de redactie en nam de recepten voor haar rekening. 32 stuks. Er zit van alles bij: hamburgers, risotto, polpette di melanzane (aubergineballetjes, die ga ik proberen te maken!) en de coffee crumble cake van Koekela!


Toen ik met een gesigneerd exemplaar van het Stadskookboek onder mijn arm weer op huis aanging, kreeg ik nog een goodiebag met daarin de 100% Rotterdam-gids, geschreven door Nina Swaep die ook op het feestje was. Die gids had ik natuurlijk al, dus daar maak ik graag iemand anders blij mee. Wil jij 'm hebben? Volg mij dan op Twitter (of vind mijn Facebook-pagina leuk) en vertel me hieronder wat jouw lievelingsplekje in Rotterdam is en waarom.

dinsdag 8 september 2015

Op naar Puglia

Eind 2013 ging ik voor het eerst naar Puglia, om te tolken voor een vastgoedondernemer die daar projectontwikkeling wilde doen. Dat leek ons een goed idee, Puglia was nog redelijk onontdekt. Maar daar komt nu al verandering in. Ineens hoor en lees ik overal verhalen van mensen die in Puglia zijn geweest. Zelfs mijn opticien ging er dit jaar heen. Puglia is hot (zeker in augustus)! Ook wij zakten af naar de hak van de laars voor een vakantie die, zoals een echte vakantie betaamt, natuurlijk veel te kort was. Maar in twee weken hebben we een hoop mooie dingen gezien en gedaan.

Een bruiloft zoals je alleen in Zuid-Italië ziet

Onze keuze voor Puglia werd eigenlijk bepaald door een externe factor. Een Italiaanse vriend van ons ging namelijk trouwen met zijn Poolse aanstaande. In Carovigno, met een feest in Monopoli. Dat werd de uitvalsbasis voor de eerste week. Onze vakantie begon meteen goed met een bruiloft zoals in Zuid-Italië gebruikelijk is: een ceremonie in de kerk en daarna eten, eten, eten. Er was een antipasti-buffet in de tuin, met tafels langs een zwembad. Daarna een diner met twee pastagerechten en een hoofdgerecht met vis, dat om 1 uur 's nachts werd geserveerd, en een buffet met dolci waar menig zoetekauw u tegen zegt, naast natuurlijk een knoert van een bruidstaart. Tussendoor werd er gedanst en werden we getrakteerd op een ware traditionele pizzica. We lagen niet voor 4 uur op bed. 

Rond Monopoli is genoeg te beleven

We opereerden dus vanuit Monopoli en hadden in onze nabije omgeving een heleboel mooie plekjes om te ontdekken: Polignano a Mare, Ostuni, Alberobello en Monopoli zelf. Allemaal prima te berijden met een huurauto. Polignano a Mare deden we op zondag aan. Dat was niet zo'n goed idee. Het zo idyllische strand tussen de hoge kliffen was bezaaid met mensen en parasols. Augustus is de vakantiemaand van de Italianen en dat merk je. Bovendien was het erg warm om actief de toerist uit te hangen. Maar we gingen in augustus, omdat die vriend van ons ging trouwen. Gelukkig hadden we een zalig strandje op loopafstand van het appartement, waar we aan het eind van de dag in alle rust konden afkoelen. We deden wel meer wonderschone stranden aan, maar daar wijd ik een ander blog aan. Polignano a Mare moet je in elke geval bezoeken vanwege de prachtige kustlijn en de onbeschrijflijke kleur van het water:


Een ritje door de Valle d'Itria is adembenemend

Alberobello wilden we niet missen. Een beetje een gebaand pad, maar we wilden het werelderfgoed met eigen ogen zien. Overal in de omgeving staan wel trulli, maar zo een heleboel bij elkaar maakt een heel bijzonder plaatje. De witte ronde huisjes met hun kegelvormige stenen daken werden gebouwd door de boeren uit Acquaviva die zich in de vijftiende eeuw in dit gebied vestigden. Nu zitten er met name souvenirwinkels en (gratis toegankelijke) 'museumpjes' in. Voor een euro kochten we een kaartje met uitleg over de symbolen en versiersels op de trulli, die de band tussen mens en God verbeelden. Net een soort speurtocht. Er waren ook dakterrassen met toffe uitzichten en kleine verlaten straatjes waar even niemand was. Indrukwekkend was vooral ook de kerk van Sant'Antonio, helemaal in 'trullistijl gebouwd':


Na Alberobello reden we naar Ostuni, een heerlijke route dwars door de Valle d'Itria. Onderweg kwamen we Cisternino en Locorotondo tegen, maar enkel vanwege tijdgebrek reden we door. Puglia is te groot voor twee weken vakantie. Maar de route zelf maakte veel goed. Ostuni zelf is letterlijk oogverblindend. Door de witte kalk, die vroeger moest beschermen tegen de pestepidemie, wordt het stadje ook wel la città bianca, de witte stad genoemd. Je kunt er heerlijk ronddwalen. En wanneer je de stad uitrijdt, kun je zomaar dit uitzicht tegenkomen:


Matera is een magische plek

Wat we ook niet wilden missen was een dagje Matera (nog meer werelderfgoed in Italië!), net buiten de grens van Puglia in de regio Basilicata. Daar hadden we zulke goede verhalen over gehoord en in de boekvertaling die ik net voor mijn vakantie inleverde, ging het er ook al over. Ik moest het gewoon met eigen ogen zien. Het was fantastisch. Die combinatie van indrukwekkende stadsarchitectuur en overweldigende natuur maakt het plekje tot iets onvoorstelbaars. Ik kom er nog op terug.


Volop genieten in Salento

De tweede week hadden we een airbnb'tje in Gallipoli en vandaaruit bezochten we o.a. Lecce, Nardò, Otranto en Santa Maria di Leuca, en zagen we een heleboel mooie stranden en kustlijnen. Het was er warm, maar aangenaam. In twee weken kun je een hoop zien en met een huurauto kom je een heel eind. Op deze kaart kun je zien wat wij zoal deden. De komende weken zal ik proberen de mooiste plekjes wat meer toe te lichten, maar de vakantie is voorbij en er wacht een nieuwe boekvertaling.  Ga in elk geval zelf een keer naar Puglia. Het is zo de moeite waard!

dinsdag 2 juni 2015

De Italiaanse Massimo Bottura is bijna 's werelds beste chef

Op een maandagavond in Londen, the 1st of June, worden zomaar even de vijftig beste restaurants ter wereld bekendgemaakt. Massimo Bottura, de sympathieke chef uit Modena, is met zijn Osteria Francescana ook genomineerd. Vorig jaar stond hij op de derde plek, achter het Spaanse El Celler de Can Roca uit Girona (2) en het Deense Noma uit Kopenhagen (1). 

Rond de kerst schreef ik voor de Buik van Rotterdam een recensie van het boek dat Massimo Bottura schreef. Niet zomaar een kookboek, maar een prachtig werk waarin zijn achtergrond, zijn filosofie en zijn liefde voor eten wordt beschreven. 

Opgegroeid in Modena, in de Italiaanse regio Emilia-Romagna (waar o.a. parmaham, parmigiano reggiano, aceto balsamico en mortadella vandaan komen), met de recepten van zijn oma en een keur aan schitterende ingrediënten binnen handbereik, kon het haast niet anders dan dat hij zou uitgroeien tot een chef van wereldformaat. ‘Mijn beenderen zijn van parmigiano reggiano en er stroomt balsamicoazijn door mijn aderen. Dit is mijn verhaal en mijn keuken.’

Lees hier wat ik nog meer over deze man schreef.

Nu staat hij sinds afgelopen maandag op de tweede plek van deze exclusieve wereldranglijst. Auguri, Massimo! Ik kom snel een keertje proeven..

Ook zo benieuwd naar deze sterrenchef? Lees zijn boek en leer hoe hij de Italiaanse keuken tot kunst verheft:

woensdag 20 mei 2015

Rome blijft voor eeuwig Rome

Je hebt nooit een goede reden nodig om naar Rome te gaan. Rome is de reden om naar Rome te gaan. Het is in mijn ogen de meest bijzondere stad van de wereld. Maar soms heb je wel een excuus nodig om weer naar Rome te gaan. Zeker als je er al drie jaar niet bent geweest, terwijl je tijdens je studietijd om de drie maanden ging. Tijdens de studietijd gebruikten we het excuus dat we Italiaans moesten oefenen, deze keer een bijscholingscursus voor docenten.

Bijna ging het hele feestje niet door. Terminal 3 van de luchthaven in Fiumicino brandde af. Gelukkig hadden wij een gangbare toeristenvlucht gekozen, die onmogelijk kon worden geannuleerd en ons netjes in de penetrerende brandlucht afzette. De testcase kon beginnen: mijn eerste weekend in het buitenland zonder kind. Natuurlijk ging het wel het hele weekend over kinderen. Die leeftijd hebben we nu wel bereikt. Maar een (alcoholvrij) bezoekje aan onze stamkroeg laten we niet voorbijgaan en we groeten nog wat vaag bekende gezichten. Het is of de tijd heeft stilgestaan.

Voor altijd de eeuwige stad

Veel dingen blijven voor eeuwig hetzelfde in de eeuwige stad. De pracht van het Colosseum, het Pantheon en het Piazza Navona. De graffiti, de drukte, de chaos. Een rondje over de gebaande paden is een onmisbaar nummer, want die brengen je langs de mooiste dingen. Het fijne aan Rome is dat je met een goede wandeling door het centrum de meeste highlights al kunt zien. Al wordt in mei je blikveld vooral gevuld met toeristen. En straatverkopers, die na al die jaren nog alom aanwezig zijn. Ze zijn echter wel met de tijd meegegaan en verkopen nu naast de klassieke paraplu's en zonnebrillen ook selfiesticks alsof het ijsjes zijn. Vol verbazing kijk ik naar de hoeveelheid in de lucht gestoken telefoons. Weer eens wat anders.

Onze cursus is vermoeiend, maar interessant. We leren een hoop nieuwe dingen en maken een hoop nieuwe vrienden. Met ons naambordje nog op halen we in de pauze even een snelle koffie in de bar op de hoek. Een barman die me persoonlijk vraagt hoe ik mijn koffie wil, 'Come lo vuoi il caffè, Miriam?' tovert een verbaasde blik en een glimlach op mijn gezicht. En hoe wil jij je broodje, Mara? O ja, we hadden ons naambordje nog op. O ja, we zijn in Italië! Daar doen barmannen zulke dingen.

Nieuwe oude dingen ontdekken

Anders dan anders was deze keer een bezoekje aan de Via Appia Antica, voor een ochtendje klassieke oudheid buiten het centrum. Een wandeling over één van de oudste belangrijkste Romeinse wegen. We gniffelen gemeen om de gekke toeristen die daar met een segway overheen proberen te zoeven.  In Rome is altijd en overal wat te zien. Ook nieuw voor mij is de wijk Testaccio, waar ik struinend over de mercato nuovo op zoek ga naar het echte Romeinse eten. We komen langs een enorme piramide, een van de hoogtepunten van de protestante begraafplaats, il Cimitero Acattolico per gli Stranieri al Testaccio, en nemen er een kijkje. Een verbazingwekkende rust te midden van het ruisende verkeer van een metropool. Testaccio huist ook een heuse afvalberg, maar dan wel zo een uit vroegere tijden. Geen plastic flesjes, maar aardewerken kruiken. De archeologische site is alleen dicht en we kunnen er helaas niet op. We lopen er omheen en kijken naar de vele clubs die ertegenaan gebouwd zijn en nu de slapende getuigen zijn van wat na zonsondergang een bruisend nachtleven is. 

De stad blijft me fascineren. Met haar vele facetten, haar vele gezichten. Rome verandert nooit en toch ook wel. Rome nestelt zich in je systeem en laat je niet meer los. Ik hoop haar snel weer terug te zien.

donderdag 14 mei 2015

Vertalen is veel meer dan alleen een woordenboek gebruiken

Ooit heb ik iemand horen beweren dat een goede vertaler geen woordenboek nodig heeft. Die weet alle woorden namelijk uit zijn hoofd. Die man was dan ook geen vertaler en wist duidelijk niet waar hij het over had. Een woordenboek is de vertalers beste vriend. Toch blijft het daar niet bij. Met woorden opzoeken in een woordenboek ben je nog geen vertaler. Een vertaler heeft namelijk ook  overal verstand van. En zo niet, dan zoekt-ie dat op.

Lang leve het net

Zo liepen we in een boek over de Napolitaanse pizza tegen een probleem aan. Het Italiaanse lievitazione kan zowel gisten als rijzen betekenen. Het woord farina zowel bloem als meel. Toch is er in beide gevallen sprake van een duidelijk verschil. Hoe zit dat dan? We zochten het op.
In de roman die ik nu aan het vertalen ben houdt een leraar kunstgeschiedenis een college over Piero della Francesca. Op het schilderij De droom van Costantijn zit een figuur met calze rosse, rode... Sokken? Maillot? Panty? Kousen? In het Italiaans kan het allemaal. Dus zoek ik het plaatje erbij. 

Ik schreef er al eerder een blog over. Een vertaler zoekt dingen op. Gelukkig hebben we daar tegenwoordig internet voor. Stel je voor, anders had ik helemaal naar Arezzo gemoeten om het fresco te bekijken in de kerk van Sint Franciscus (ook dat heb ik op internet gevonden!). Nu weet ik ook meteen dat het fresco deel uitmaakt van een groter werk, Le Storie della Vera Croce (De geschiedenis van het ware kruis), dat in een aantal episodes de legende rondom het kruis van Jezus uiteenzet. Ik weet nu ook dat Bicci di Lorenzo met het werk begon en dat Piero della Francesca het tussen 1452 en 1466 voltooide.

De meerwaarde van een echte vertaler

Nu kun je je afvragen wat dit alles voor toegevoegde waarde heeft. Je vertaalt toch gewoon wat er staat? Dan denk ik alleen maar: hoe weet je dan dat je zeker weet wat er staat? Kun je - in dit specifieke geval - het relaas van deze kunstgeschiedenisleraar wel vertalen zonder het werk te kennen, of er in elk geval een voorstelling van te hebben? Kun je een stuk over de hardheid van water wel vertalen als je niets weet van de chemische samenstelling van water? Het kan. Misschien. Maar als je echt de juiste woorden wilt gebruiken, dan vind je ze niet alleen in het woordenboek. Dan vind je ze in alle informatie - plaatjes, teksten, contactpersonen die gespecialiseerd zijn in het onderwerp - die je opvraagt. Dat is de meerwaarde die een echte vertaler biedt.

Vertalen is leerzaam

Verder is vertalen gewoon een ontzettend leuke en leerzame baan. Soms kom je heel interessante - grappige, wellicht onzinnige - dingen te weten door of vanwege je vertaling. Zo kwam ik laatst in een technische vertaling een apparaat tegen dat una tonnellata, een ton, woog. Duizend kilo. Of 100.000 kilo? Nee, dat kan niet. Maar een ton geld is 100.000 (euro). Hoe zit dát dan? Internet biedt uitkomst. Of in dit geval Van Dale online: 'berust op het feit dat het gewicht van de gulden van 1840 tot 1945 tien gram was, zodat iem. die een ton ofwel 1000 kg geld bezat, 100.000 gulden had'. Nooit geweten!