zondag 16 december 2012

Zichtbaarheid van de vertaler

Elk jaar wordt er voor literair vertalers een bijeenkomst georganiseerd, de literaire vertaaldagen, waar vertalers bijeenkomen om op een vooraf vastgesteld onderwerp te reflecteren en hun ideeën los te laten op een vooraf vertaalde tekst. Dit jaar stond het evenement in het teken van de zichtbaarheid van de vertaler. Kennelijk is daar bij boekvertalers behoefte aan. Wat die zichtbaarheid inhoudt is alleen nog niet helemaal duidelijk. Als de vertaler zichtbaar is in de tekst, wordt doorgaans gesproken over een slechte vertaling. De lezer wil immers helemaal niet geconfronteerd worden met het feit dat hij of zij een vertaling leest. Natuurlijk zou iedereen het liefst een boek in de originele taal lezen, maar voor velen ligt daar toch een beperking. Gelukkig maar! Want wat alle boekvertalers gemeen hebben, is dat ze van hun vak houden. Misschien dat ze daarom zoeken naar wat zichtbaarheid. Wij willen ook graag gezien worden! Wij willen ook graag wat aandacht voor ons werk, voor ons mooie vak. Martin de Haan noemt ons schaduwkunstenaars. En zoals alle kunstenaars willen we onze kunsten vertonen.
 
Zijn we dan niet gewoon op zoek naar een stukje erkenning in plaats van naar zichtbaarheid? Veelal wordt de naam van de vertaler niet genoemd in recensies. De naam staat ook niet op het omslag, soms op het voorblad, vaak alleen in het colofon. Wat moeten we daarmee? Moeten we daar wel iets mee? Op de vraag of de naam van de vertaler op het omslag moet worden gedrukt gingen veel instemmende geluiden op. Maar geven we ons dan niet meteen te veel bloot? Is de schijnwerper dan niet te veel gericht op iemand die er toch ook voor heeft gekozen in de schaduw te staan van de schrijver zelf? Uiteindelijk is dat toch ook de taak van de vertaler? We zijn er nog niet over uit.
 
Maar goed. Laten we dan voor een gulden middenweg kiezen, een beetje licht werpen op dat wat wij in de schaduw van onze werkkamer bewerkstelligen. In deze moderne tijd is dat niet eens zo’n moeilijke of geldverslindende opgave, lijkt me. Social media bieden ons een platform, een gratis podium waarop de boekvertaler aandacht kan vragen voor de boeken die hij of zij heeft vertaald, aan het vertalen is, of zou willen vertalen. Als je goed kunt zingen, zet je een filmpje op youtube. Als een schilder zijn schilderijen alleen in zijn eigen kamer ophangt, zal niemand ooit weten hoe mooi ze zijn. Organiseer je eigen digitale expositie! Ook boekvertalers kunnen, mochten ze de behoefte hebben om hun kunsten te etaleren, het internet op om de wereld te vertellen over hun werk. Alles kan en alles mag. Bloggen, twitteren, facebooken, youtuben. Dat is misschien niet zo literair, maar wel heel effectief en helemaal van deze tijd. En ja, ik heb weleens een boek gekocht omdat ik het op facebook voorbij zag komen.
 
Mijn naam is Miriam Bunnik en ik vertaal boeken uit het Italiaans. Ik en 'mijn' boeken zijn zichtbaar op mijn website, op facebook, op twitter en op dit blog.
 
 
En met instagram maakte ik de bijbehorende foto.

maandag 10 december 2012

L'eredità

Elke avond om tien voor acht, als ik thuis ben, trek ik de afstandsbediening uit de hand van degene die op dat moment televisie kijkt en zeg dat ik hem nu toch eens een mooi spel zal laten zien! Want na de vooraankondiging van het nieuws komt het guillotinespel in het programma L’eredità (De erfenis).
Het gaat als volgt: er verschijnt een woordpaar, het ene woord is goed, het andere is fout. Er zijn vijf woordparen. Wat betreft het eerste paar kun je alleen gokken, voor de andere kun je een zekere logica volgen. Als de speler het verkeerde woord kiest, wordt de prijzenpot gehalveerd.
De vijf juiste woorden hebben een ander woord gemeen, dat aan het einde moet worden geraden. Het verband is lexicaal, spreekwoordelijk, door middel van zegswijzen of tweede betekenissen. Het is een heel pakkend spel, waarbij je heel geconcentreerd op de bank zit en als iemand het woord tot je richt geef je niet eens antwoord, of je roept: ‘Laat me met rust, ik probeer de guillotine te raden!’
Het is helemaal niet makkelijk het woord te raden, maar het moment waarop je ziet dat je aan het juiste woord dacht is onbetaalbaar.
 
 
De spelshow L'eredità is al sinds 29 juli 2002 te zien bij Rai Uno. Alles aan deze show is Italiaans: de mooie vrouwen, de gladde presentator, het applaus van de kandidaten als ze zelf het goede antwoord geven. Ik keek tijdens mijn studie dan ook regelmatig, want voor iemand die de Italiaanse Taal en Cultuur (be)studeert is dit zonder meer een prima oefening.
 
Het spel in de tegenwoordige vorm wordt gespeeld met zes kandidaten en zeven spectaculair genaamde onderdelen: la scalata (de beklimming), een eerste ronde waarin vooral wordt gespeeld om de prijzenpot te verhogen; vero o falso (waar of niet waar); i fantastici quattro, waarbij de kandidaten kunnen kiezen uit vier mogelijke antwoorden op de gestelde vragen; la scossa (de schok), waarbij er maar één vraag is en een hele lijst met eventuele antwoorden. Het goede antwoord mag nu juist niet genoemd worden; cos'è? (Wat is het?), een spelronde waarbij de kandidaten op basis van hints moeten raden om wat voor voorwerp het gaat; duello (het duel). Op dit punt in het spel zijn er nog maar twee kandidaten over. Degene die wint gaat door voor la ghigliottina (De guillotine, zie hierboven). 

Laatst zaten we in afwachting van TG1 nog de laatste minuten van deze spelshow te kijken. De guillotine bestond uit de volgende vijf woorden:
 
vittoria
trasporto
zero
generali
dividere
 
Welk woord hebben deze vijf woorden gemeen?
Ik was vrij snel overtuigd van het juiste antwoord, ook al had de kandidaat iets anders bedacht en wist zelfs mijn hoogopgeleide Italiaanse fidanzato het antwoord niet. Het moment waarop de presentator bekendmaakte dat ik aan het juiste woord dacht, was voor mij als niet-native dan ook onbetaalbaar.
 
 
 

woensdag 31 oktober 2012

Geluksmomenten...

Als boekvertaler heb je een aantal geluksmomenten: als je een nieuwe opdracht krijgt, als je de vertaling naar de uitgever opstuurt en als je vertaalde werk in de winkel ligt. Extra gelukkig werd ik toen ik een boekje over onverwachte geluksmomenten (Momenti di trascurabile felicità - Francesco Piccolo) mocht vertalen, dat in vertaling is verschenen bij de Wereldbibliotheek. Korte zinnen, vermakelijke stukjes tekst en kleine anekdotes wisselen elkaar af. Met zijn vrolijke, humoristische en ietwat ironische stijl weet de schrijver ook op de meeste ongelukkige momenten een glimlach op je gezicht te toveren.

Persoonlijk vind ik dit een van de mooiste momenten uit het boek:

Ik loop een schoenenwinkel binnen, omdat ik in de etalage schoenen heb gezien die ik mooi vind. Ik wijs ze het winkelmeisje aan en zeg dat ik maat 46 heb. Ze komt terug en zegt: ‘Het spijt me, we hebben uw maat niet.’
Dan voegt ze er altijd aan toe: ‘We hebben wel maat 41.’
Ze kijkt me zwijgend aan, omdat ze een antwoord wil.
En voor één keer zou ik willen zeggen: ‘Goed, geeft u mij maar maat 41.’

Sommige stukjes zijn ook erg herkenbaar, zoals deze:
In de paden van de supermarkt bestudeer ik altijd de wagentjes van andere mensen en ik stel me hun ontbijt voor, hun avondeten, bepaalde overeenkomsten met mijn eigen manier van leven. Sommige mensen halen precies dezelfde boodschappen als ik, boodschappen die ik kan onderschrijven.

Of deze: Het geluid van de kopjes en de schoteltjes wanneer een barman ze achteloos in de wasbak smijt. Deze zin doet me verlangen naar een heerlijk ontbijt met een cappuccino en een cornetto in een Italiaanse koffiebar.

Zelf word ik ook erg gelukkig van: de jongen in de kebabzaak, die me vraagt of ik mijn broodje wil 'opeten of meenemen?' Een reclamebord voor extra gratis beltegoed, omdat ik het leuk vind dat er dingen extra gratis zijn! Een zak chocoladekruidnoten leegeten tijdens het vertalen. Een vlucht boeken. Dat er op het doosje van de anticonceptiepil een sticker zit met de boodschap: 'Kinderwens? Begin dan nu met het slikken van foliumzuur'. Een Zalando-doos. Heel muzikale mensen. Dat ik mijn werk en mijn leven kan delen via Facebook.

Wat is jouw hoogstpersoonlijke ultieme moment van onverwacht geluk?

 


maandag 15 oktober 2012

Bonardi: Italiaanse boeken in Nederland

Toen ik Italiaanse Taal en Cultuur studeerde was ik erg verheugd toen ik ontdekte dat er in Amsterdam een Italiaanse boekwinkel zat. Op die manier hoefde ik niet steeds te wachten tot ik weer naar Italië ging en mijn koffers kon volstoppen met mooie (Italiaanse) verhalen. Ik hoefde alleen maar naar het Entrepotdok in Amsterdam om aan mijn literaire trekken te komen. Naast verschillende lesmethodes om Italiaans te leren, beschikt deze winkel over een mooie collectie literatuur in de Italiaanse taal, Nederlandse vertalingen voor wie de Italiaanse Taal (nog) niet voldoende beheerst en in het Italiaans vertaalde Nederlandse werken voor de Italiaan die graag wat literatuur uit onze lage landen zou willen lezen. Ook de nodige kookboeken, reisgidsen en kunstboeken ontbreken niet.

Toen in 1977 de boekhandel werd opgericht, wilden de oprichters graag hun achternamen (Warners en Lombardi) gebruiken voor een pakkende naam, maar aangezien de Nederlandse achternaam zich daar niet goed voor leende, werd de naam van een vriend gebruikt: Boniotti. Zo kwamen ze gezamenlijk tot Bonardi. De huidige locatie, vlak bij dierentuin Artis, is wellicht niet alledaags, er toevallig even langslopen is niet heel waarschijnlijk. Het is een plek waar je bewust naar toe gaat, met een doel, een missie waar je geheid tevreden van terugkomt. Voor wie echter niet (helemaal) naar Amsterdam wil afreizen, is er een website waarop een catalogus kan worden geraagpleegd en bestellingen kunnen worden geplaatst.

Blij en vereerd was ik toen Bonardi mij vroeg of ik wilde meewerken aan een tweetalige uitgave van een verhalenbundel die zou worden uitgegeven in het kader van het 35-jarige bestaan van de boekhandel. Na La mia Olanda. Denkend aan Holland. Autori italiani di oggi sull'Olanda e Amsterdam (2007) over Nederland en Giro d’Italia. Autori italiani contemporanei scrivono sul proprio paese. Van gewest tot gewest (2009) over Italië, is er nu een bundel uitgekomen over typisch Italiaanse zaken: Tipicamente italiano. Italiaanse taferelen (2012). 35 auteurs verhalen over allerlei uiteenlopende onderwerpen die het Bel Paese juist dat onweerstaanbare karakter geven: Italians do it better, de Palio in Siena, bureaucratie, olijfbomen en Panini-voetbalplaatjes. Zo schreef 'mijn' schrijver, Matteo B. Bianchi,  een verhaal over de mode in Milaan en vertaalde mijn co-vertaalster Mara Schepers een verhaal over een onwetende carabiniere.
Kortom, een heerlijk boek met heerlijke verhalen. En met de Italiaanse tekst en de Nederlandse vertaling naast elkaar, is dit de ideale manier om tegelijkertijd de Italiaanse taal en de cultuur te leren en dus een echte aanrader voor de Italië-liefhebber.

Voor meer informatie zie: www.bonardi.nl

vrijdag 7 september 2012

Una telefonata...

Als je in Italië iets gedaan wilt krijgen, kun je beter even bellen. Italianen houden van menselijk contact en een e-mail...? Daar is niets persoonlijks aan! Ik vind een e-mail echter efficiënter, dus meestal doe ik beide: eerst een e-mail, dan een telefoontje. Vandaag werd ik weer bevestigd in mijn stelling dat als je met Italianen werkt, het nuttig is om behalve de Italiaanse taal te beheersen, ook kennis te hebben van hun gebruiken. Dit is wat er vanochtend aan de telefoon gebeurde:
'Hebt u mijn e-mail ontvangen met het verzoek voor het drukken van visitekaartjes voor ons bedrijf?'
'Blijft u even aan de lijn, ik ga het controleren.' Er was dus nog niets gedaan met mijn e-mail.
....
'Pronto?'
'Sì...'
'Degene die hierover gaat is nu even niet op kantoor. Ik laat u terugbellen.'
Gelukkig werd ik al vrij snel teruggebeld:
'We hebben uw aanvraag ontvangen. We zullen de kaartjes voorbereiden en dan krijgt u vanmiddag de drukproef.'
'Fijn! Ja, want we hebben een nieuwe directeur en die heeft een visitekaartje nodig.'
'Certo, natuurlijk! In dat geval zal ik het meteen in orde maken.'
Nog geen kwartier later had ik de drukproef in mijn mailbox. Want ook dat is Italië: zodra het om de nieuwe direttore gaat, dan krijgt de opdracht voorrang. Daar zijn ze in Nederland niet zo snel van onder de indruk, maar de Italianen zijn daar gevoelig voor.

Taal hangt niet alleen samen met woorden, maar ook met gebruiken. Wat zeg je wel en wat zeg je niet? Hoe, wanneer, waar en in welke vorm? Leer de taal, maar leer dus ook de cultuur. Dan gaan er nog meer en nog sneller deuren voor je open!

zondag 2 september 2012

Genova, een verrassing...

Op 10 augustus 2007 schreef ik op mijn oude weblog het volgende:
 
-----
Eindelijk ben ik daar dan… in Genova (Genua), of zoals ze hier in oud dialect zeggen: Zena. Deze havenstad stond al geruime tijd op mijn lijst van te bezichtigen plekken in Italia. Er was geen specifieke reden voor deze aantrekkingskracht... Ze trok mijn aandacht omdat het vanwege de handel, de scheepvaart en het wereldreiziger- imago een smeltkroes van culturen moest zijn. Genova... de stad van Colombus en pesto genovese, de stad van Fabrizio de Andre en de G8 rellen van 2001.
 
Zonder enige verwachting stapte ik hier gisteren binnen en keek meteen mijn ogen uit. De enorme, fraai versierde palazzi getuigen van de rijkdom die al in vroege eeuwen is vergaard. De oude haven laat je wegdromen naar de tijd van zeevaarders en houten schepen, ook al zie je nu bij het ontwaken slecht dure yachts en luxe zeilschepen. De kleine straatjes van het centro storico geven je een gevoel van aangename verdwaling… om ieder hoekje wacht een nieuwe verrassing: een betoverend pleintje, een afgelegen kerkje of een nieuw steegje dat weer verder leidt naar nieuwe avonturen.
 
 
Het straatbeeld wordt echter opgeschrikt door een flinke dosis neonverlichting. Merknamen als Rolex en Rostkafe (een Genuaans koffiemerk uit 1903) flikkeren je tegemoet, de rode Feltrinelli letters knipperen aanlokkend. Het is augustus en de stad straalt een rust uit waarvan ik me afvraag of die er na de zomer nog zal zijn. Dat geeft me in ieder geval de kans om op mijn gemakje rond te kijken en deze heerlijke, fotogenieke plek in me op te nemen.
-----
 
Wat ik toen, in augustus 2007, niet wist was dat ik een paar maanden later een jongen zou ontmoeten die daar was geboren. Een jongen die me nog veelvoudig mee zou gaan nemen naar die bijzondere stad en mij deelgenoot zou gaan maken van alle mooie plekjes die ik de eerste keer niet had ontdekt. Een jongen die met mij de rest van zijn leven wil delen en mij ten huwelijk heeft gevraagd. Wie weet gaan we er dan ook ooit wel wonen...

donderdag 9 augustus 2012

Margaret Mazzantini: een moeizame liefde

Mijn eerste kennismaking met de schrijfster Margaret Mazzantini vond plaats in een bioscoop in Rome, toen ik naar de verfilming van haar boek Non ti muovere (Ga niet weg, uitgegeven bij de Wereldbibliotheek) ging. Het boek had ik niet gelezen, maar bij de film heb ik van het begin tot het eind zitten huilen. Het verhaal gaat over Timoteo en zijn vijftienjarige dochter, Angela, die in coma ligt. Terwijl zij vecht voor haar leven zit hij aan haar bed en biecht tot in detail zijn diepste en intiemste geheim op: zijn noodlottige liefde voor een andere vrouw dan haar moeder, een vrouw die zijn hart in alle opzichten heeft gestolen. Timoteo smeekt Angela bij hem te blijven: ‘Ga niet weg. Ik wil je iets vertellen’.

Het boek en de film waren zowel in Italië als in Nederland een groot succes. Toen de uitgever ons belde voor de vertaling van Mazzantini's nieuwste boek, was ik dan ook erg gevleid dat Mara en ik een boek van haar mocht vertalen. Ter wereld gekomen speelt zich deels af in het vroegere Joegoslavië, waar de grote liefde tussen Gemma en Diego tijdens de belegering van Sarajevo in de jaren negentig abrupt tot een einde komt. Als Gemma jaren later met haar zoon Pietro teruggaat naar die verscheurde stad, komen allerlei onbeantwoorde vragen weer boven en doet ze een verschrikkelijke ontdekking. Een ontdekking die je tijdens het lezen langzaam begint te beseffen, maar waar je eigenlijk niet aan wilt. Een verhaal over liefde, tegen de heftige achtergrond van oorlog en onvruchtbaarheid.

Onlangs verscheen bij de Wereldbibliotheek een derde boek van haar: Niemand overleeft alleen, een vertaling die ik tevens samen met Mara Schepers op me heb genomen. Ook deze keer weer een grote, maar tragische liefde. Ook deze keer weer een moeilijke situatie: Delia en Gaetano zijn niet meer bij elkaar en we volgen de twee op een avond in een restaurant, waar ze moeten leren omgaan met hun gevoelens en hun scheiding. Mazzantini laat op briljante wijze zien hoe de passie aan het begin en de woede aan het einde van een relatie gevaarlijk dicht bij elkaar liggen. Een roman die zich laat lezen als de gevoelsbiografie van een generatie, van deze generatie.

Van Mazzantini moet je houden. Ze schrijft schitterende verhalen, maar ze vertelt ze wel altijd met een omweg. Haar eigenzinnige stijl, gekenmerkt door breedvoerige zinnen en ingewikkelde metaforen, zorgt ervoor dat haar verhalen diepgang krijgen en dat ook de lezer met de gevoelens van haar hoofdpersonen worstelt.
Ook als vertaler moet je van Mazzantini houden, want de gevoeligheid van de Italianen laat zich niet makkelijk vertalen naar het nuchtere Nederlands. Ook ik voel dus een moeizame liefde voor het werk van Mazzantini: het is schoonheid en passie, maar ook heftig en zwaar.


dinsdag 24 juli 2012

Tendenze Toscane - opfriscursus

Zoals voor veel beroepen geldt, zul je ook als docent Italiaans af en toe je kennis moeten bijspijkeren. Je kennis van de Italiaanse taal, maar ook je kennis van lesmethoden en onderwijstechnieken. En waar kun je dat als docent Italiaans beter doen dan in Italië? Daarom hebben we dit jaar deelgenomen aan het programma Tendenze Toscane, aan de Università per Stranieri in Siena, in hartje Toscane. Een week lang werden wij onderworpen aan deskundige professori op het gebied van de Italiaanse taal en cultuur.
De cursus werd ingeleid door de rector van de universiteit die ons bewust maakte van onze belangrijke rol als ambassadeur: wij docenten zijn degenen die de Italiaanse taal en cultuur moeten verspreiden in de rest van de wereld! En aan deze ‘zware’ taak wijden wij ons elke dag weer vol plezier en voldoening.
De cursus was echter niet zozeer ingericht om kant-en-klare lesprogramma’s of -technieken aan te bieden, maar wilde met name handvatten aanreiken voor het invullen van onze lessen: zij geven ons de ingrediënten, maar wij maken er ons eigen gerecht mee!

Tijdens de eerste les gingen we meteen van start met een paar pittige onderwerpen van de Italiaanse grammatica. Het Italiaans is niet alleen een mooie, maar ook een vrij complexe taal. Gelukkig niet zo ingewikkeld als het Nederlands, maar een aantal onderwerpen - zoals het gebruik van werkwoordtijden en voornaamwoorden - kan wel wat extra aandacht gebruiken. De les was niet bedoeld als grammaticales – wij kennen de grammatica inmiddels van haver tot gort -, maar leerde ons hoe we deze onderwerpen het beste aan de student kunnen overbrengen. Andere taalkundige onderwerpen die aan bod kwamen waren oefeningen voor het uitbreiden van het lexicon, het gebruik van woordspelletjes en methodes om de spreekvaardigheid van de student te bevorderen.

Maar als docent Italiaans moet je natuurlijk niet alleen kennis hebben van de taal en de grammatica, je moet ook vertrouwd zijn met de cultuur. Veel culturele aspecten komen tot uiting via de taal en veel taalkundige aspecten ontstaan uit een culturele achtergrond. Dus worden er tijdens een opfriscursus voor docenten ook lessen over cultuur gegeven. En als je je kennis van de Italiaanse taal en cultuur opfrist worden er dan natuurlijk onderwerpen aangesneden als: cinema, musica, vino, letteratura. Hoe kun je als docent deze onderwerpen gebruiken bij het lesgeven in de Italiaanse taal? Hoe kan de studenten deze aspecten gebruiken bij het leren van de Italiaanse taal? Films kijken, muziek luisteren, literatuur lezen: al deze elementen kunnen het leerproces bevorderen. Maar behalve het middel kan het ook het doel zijn: wat een geweldig gevoel moet het zijn als je als student Italiaans ineens al die mooie liedjes begrijpt, die mooie verhalen, die mooie taal!

Natuurlijk staat de Italiaanse cultuur ook bekend om eten en drinken. Erg interessant was dan ook de wijnproeverij bij de Enoteca Italiana met een les over teksten op het etiket op de achterkant van wijnflessen. Maar ook natuur, architectuur en stedenbouw ging niet onopgemerkt voorbij: we deden dus ook een giro turistico door het historische centrum van Siena en het mooie Toscaanse landschap, een zeer inspirerende omgeving.

Al met al was het een leuke en leerzame cursus, die ervoor heeft gezorgd dat we vol nieuwe ideeën zitten voor het komende schooljaar. Zo worden onze cursussen Italiaans wellicht nog boeiender en leerzamer! Woon je in de buurt van Utrecht en wil je bij ons Italiaanse les volgen? Kijk dan op de website van de Volksuniversiteit Utrecht en schrijf je in!


Geschreven met Mara Schepers

Foto's: Miriam Bunnik

maandag 16 juli 2012

De Palio in Siena

Er zijn bepaalde dingen die je als Italië-liefhebber moet zien en meemaken. Zo is ook de Palio in Siena ongetwijfeld iets wat je niet mag missen.

Op een van de mooiste pleinen van Italië wordt twee keer per jaar een historische paardenrace gereden: de Palio. Deze race, gewijd aan de Heilige Maria, is een uiting van de rivaliteit tussen de zeventien verschillende contrade, wijken of buurtschappen, van de stad. Wanneer je rond deze tijd door Siena loopt zie je overal vlaggen in verschillende kleuren, met de afbeelding van een (mythologisch) dier. Zo is er de contrada van de pantera (panter), de aquila (adelaar) en de lupa (wolvin). Elke contrada is als een staat op zich, met een volksvertegenwoordiging, een priore en een eigen hiërarchie. Er doen echter maar tien contrade mee, die via een loting worden uitverkoren. Vervolgens wordt, wederom middels een loting, aan elke contrada een paard toegewezen, dat dag en nacht wordt bewaakt en verzorgd. Net als de fantino, de ruiter, die in de laatste dagen voor de race wordt opgesloten en voortdurend door twee heuse bodyguards wordt bewaakt. Afgesloten van de buitenwereld, het nieuws en vooral vrouwelijk gezelschap, kan hij zich in opperste concentratie op zijn belangrijke taak voorbereiden.

Voor de Senesi is de Palio belangrijkste evenement van het jaar, zo belangrijk dat dit jaar zelfs de finale van het EK voetbal in Siena – als enige stad in Italië - niet op grote schermen werd uitgezonden. De festiviteiten en rituelen beginnen al ver van tevoren, en gaan ook na afloop nog een tijdje door. Voorafgaand aan de race trekken alle contrade in vol middeleeuws ornaat door de stad, waarbij ze met vlaggen zwaaien en op trommels spelen. Ook wordt er een generale repetitie gehouden op het plein, zodat de paarden alvast kunnen wennen aan de drukte rondom de race. Op de dag van de Palio zelf worden de paarden ’s middags gezegend door de priester van de wijkkerk. Va’ e torna vincitore! Vervolgens begeeft iedereen zich in de zogenaamde passeggiata storica richting het Piazza del Campo, waarbij de toeschouwers ruim twee uur lang kunnen genieten van historische kostuums, vlaggen, gezang en getrommel. Aan het eind van de stoet rijdt een grote kar, voortgetrokken door vier prachtige witte ossen, waarop het object van verlangen wordt vervoerd: de Palio, een geborduurde bandier in de kleuren van de stad. Dat is waar het allemaal om draait, de prijs voor de winnende contrada.

Dit jaar waren wij er voor het eerst ook bij en we aanschouwden met eigen ogen dit overweldigende spektakel. Helaas deden er maar acht paarden mee, omdat twee paarden op het laatste moment toch niet in goede gezondheid verkeerden. Net voordat de wedstrijd begint worden de startnummers bepaald. Op dat moment valt er onvoorstelbare stilte over het plein, alle toeschouwers houden hun adem in. De startpositie is namelijk erg belangrijk, omdat de laatste ruiter een paar meter achter de rest staat. Hij is degene die uiteindelijk het startschot geeft, maar pas wanneer alle paarden in de juiste volgorde staan. De anderen moeten dus goed opletten!

Met kippenvel en kloppend hart zagen wij hoe de paarden drie rondjes om het plein renden. Na anderhalve minuut kwam de Onda (de golf, afgebeeld met een sierlijk vis) als eerste over de streep en kwam de fantino precies waar wij stonden tot stilstand. Meteen werd hij bestormd door de geëmotioneerde contradaioli die hem van zijn paard trokken en op de schouders zetten. Daarna barstte het volksfeest in de wijk los, waarbij volop werd gegeten en gedronken. Ook nieuwsgierige toeristen konden een graantje meepikken: er werden bekertjes lokale wijn uitgedeeld uit zogenoemde darmigiane, enorme mandflessen. Een paar Senesi hadden ons vooraf al gewaarschuwd: als je hotel in de winnende contrada ligt, zul je ’s nachts geen oog dicht doen. De kerkklok van de plaatselijke kerk wordt de hele avond en nacht geluid, en de feesten gaan soms wel weken door. Hoe langer het geleden is dat een contrada de Palio won, hoe meer geld er in het potje zit om het feest zo groot mogelijk te maken.

De Palio meemaken is een must voor iedereen die van Italië houdt. Een historisch evenement dat je even meeneemt naar de Middeleeuwen, dat de hele stad omtovert in een groot sprookje. Op 16 augustus wordt de tweede race van het jaar gereden: nieuwe ronde, nieuwe kansen. Met een nieuwe Palio waarom gestreden zal worden, want elke gewonnen bandier blijft in het bezit van de contrada.


Geschreven met Mara Schepers


Foto's: Miriam Bunnik

zondag 24 juni 2012

Italiaanse steden verzameld

Voor wie van plan is om binnenkort een stedentrip te gaan maken in Italië en graag wat meer zou willen weten over de bestemming, heb ik nu een leuke tip: bij uitgeverij Serena Libri is het boek De stedenverzamelaar uitgekomen. Daarin zijn 20 verhalen gebundeld van Italiaanse schrijvers die in hun verhaal bestaande, reële plekken van hun stad opnemen. De stad waarin ze opgroeiden, waarin ze studeerden, waarin ze carrière maakten. Bijna alle verhalen zijn speciaal voor deze bundel geschreven.
Twintig Italiaanse verhalen, vertaald naar het Nederlands, die je meenemen op een reis door Italië. Van Venetië tot Catania en van Milaan tot Bari. Het zijn ‘verhalen van mensen die liefhebben, die de dag doorbrengen, die ruzie maken. In de straten, op de pleinen, in de huizen, in de cafés van de stad.’

Het idee voor dit boek is ontstaan doordat de uitgeefster zelf graag reist en wanneer ze naar een nieuw land gaat, kijkt ze altijd eerst of er auteurs zijn die een roman of een verhaal hebben geschreven met dat land als achtergrond. Zo ga je tenminste niet helemaal onvoorbereid op pad. Het boek zou ook als gids kunnen dienen voor wie er nog niet uit is. Wordt het dit jaar Rome of Florence? Of misschien heb je al een ontluikende passie voor een van de steden en zwijmel je even helemaal weg bij een verhaal dat zich daar afspeelt. Ikzelf ben begonnen op pagina 123, in Genova, de stad waar mijn lief vandaan komt.

Aan het boek hebben bekende en minder bekende schrijvers meegewerkt als Nicola Lagioia, Andrej Longo en Caterina Bonvicini. Via haar werk heeft de uitgeefster een aantal schrijvers goed leren kennen en toen ze hen benaderde voor dit project kreeg ze vooral leuke, spontane reacties en waardering voor het initiatief. Voorafgaand aan elk verhaal is dan ook wat achtergrondinformatie over de schrijvers opgenomen. Het boek geeft dus meteen een kleine impressie van de Italiaanse literatuur en de lezer krijgt de kans om in een keer kennis te maken met twintig verschillende schrijvers (en vertalers!).

Kortom, genoeg redenen om dit boek aan te schaffen en te genieten van een literaire reis door Italië. Laat je betoveren door de mist in Milaan, een gierige oude man in Genua of het zigeunermeisje in Bologna.

maandag 4 juni 2012

Una spaghettata

Afgelopen weekend zijn we in Rotterdam heerlijk uit eten geweest in een Italiaans pastarestaurant dat ‘Spaghettata’ heet. Op de kaart stonden naast antipasti en dolci dan ook alleen maar pastagerechten. Wat mij zo naar dit restaurant trok is de naam: we herkennen er allemaal het woord spaghetti in, maar hoe zou je dat woord nou vertalen? Volgens Italiaanse het woordenboek betekent het: spaghettata s. f. [der. di spaghetti], fam. – Mangiata di spaghetti. Oftewel: het eten van spaghetti.

Het leuke van de Italiaanse taal is dat er zoveel achtervoegsels bestaan waarmee je aan bestaande woorden een nieuwe of aanverwante betekenis kunt geven. Zo kun je woorden verkleinen (casa – casetta) of vergroten (naso – nasone), maar je kunt ook woorden een negatieve waarde toekennen (libro – libraccio) of juist een verzachtende (scemo – scemotto).
Het achtervoegel -ata maakt van werkwoorden een zelfstandig naamwoord en drukt een daarmee aanverwant begrip uit: entrata (ingang) van entrare (naar binnen gaan), fermata (halte) van fermare (stoppen) en zo ook in de omschrijving hierboven: mangiata komt van mangiare (eten). Maar je kunt -ata ook gebruiken achter een zelfstandig naamwoord. In dat geval heeft het verschillende betekenissen:
- een tijdsduur: annata, giornata (zie ook mijn eerdere blog);
- de hoeveelheid in een object: cucchiaiata (een lepeltje vol), manata (een handjevol);
- een klap, stoot of knal met een voorwerp of wapen: bastonata (stokslag), cannonata (kanonstoot), coltellata (messteek). Je kunt het ook achter een lichaamsdeel plakken: een elleboogstoot (gomitata) of een kniestoot (ginocchiata). Soms kan een woord dan ook meerdere dingen betekenen: een secchiata kan betekenen een klap met een emmer of de inhoud van een emmer.
- een negatief oordeel: cretinata (stommiteit), porcata (rotzooi), een collectiviteit: cucciolata (nest met puppies), scalinata (trappenhuis) of een intensieve waarde: fiammata (grote vlam), ondata (hoge golf).

Hoe kunnen we spaghettata dan beschouwen? Een bord spaghetti in je gezicht? Of gaat het meer om de hoeveelheid en de intensiteit van dat bord spaghetti?


Mocht je trouwens een keer in Rotterdam zijn, zou ik dat bord pasta lekker halen aan de Nieuwe Binnenweg. Voor info: zie de website van Spaghettata.

dinsdag 15 mei 2012

Salone del Libro

Elk jaar vindt in Turijn de Salone Internazionale del Libro plaats, na de Frankfurter Buchmesse de grootste internationale boekenbeurs van Europa. Met een passie voor lezen, de Italiaanse taal en het vertalen van boeken was dit voor ons een uitgelezen kans om eens wat meer te weten te komen over de Italiaanse boekenwereld. Gewoon om eens te kijken wat er allemaal is.


Dit jaar vierde de Salone zijn 25e verjaardag. Ter gelegenheid daarvan is de città visibile (de zichtbare stad) ingericht: een tentoonstelling van de 25 objecten die symbool staan voor de veranderingen die de stad die de Salone elk jaar huisvest heeft doorgemaakt: onder meer het Juventus-stadion, de Olympische fakkel, de nieuwe Fiat 500,  waaraan hedendaagse schrijvers een verhaal hebben gewijd.

Het thema van dit jaar was Primavera digitale, een digitale lente waarin wordt stilgestaan bij de invloed die de komst van E-books en moderne technologische snufjes als internet, smartphones en tablets heeft op de uitgeverswereld en het papieren boek. Hoe kun je digitale boeken beschermen tegen piraterij? Hoe gaan we om met selfpublishing? Wat is de toekomst van online lezen en schrijven op blogs en social media? Gastlanden waren Spanje en Roemenië, die een eigen stand hadden om hun literatuur te presenteren. De Spanjaarden omdat de Spaanse literatuur heel populair is in Italië, de Roemenen omdat de grootste buitenlandse gemeenschap in Turijn bestaat uit 80.000 Roemenen en de Roemeense cultuur in Italië niet de aandacht krijgt die ze zou verdienen.
Met een programma zo dik als een boek onder de arm struinden we langs 1.200 exposanten van verschillende orde en grootte. Natuurlijk waren grote namen als Einaudi, Feltrinelli en Mondadori met een indrukwekkende stand aanwezig, maar ook bol.com en Lonely Planet waren vertegenwoordigd.  Daarnaast hadden we keuze uit meer dan 1.000 schrijvers om naar te gaan luisteren: Italiaanse gastsprekers als Fabio Volo, Niccolò Ammaniti, Davide Enia en Paolo Giordano, maar ook internationale gasten als Henning Mankell, Christopher Paolini en Elizabeth Strout.

Belangrijk onderdeel van de Salone was het International Book Forum, de zakelijke kant van het uitgeversvak. Hier wordt onderhandeld over film- en vertaalrechten en wisselen de verschillende internationale uitgevers met elkaar van gedachten over hun vak en de beurs. Ook Nederland was hier vertegenwoordigd door Ambo Anthos en Artemis & Co. Helaas was dit gedeelte van de Salone voor ons vertalers niet toegankelijk. Gelukkig kregen we wel de kans om in het auditorium naar Fabio Volo te luisteren, die gepassioneerd vertelde over het ontplooien van je talenten, het koesteren van je dromen en het belang van lezen.





Persoonlijk hoogtepuntje was een bezoek aan de stand van uitgeverij Marsilio, die momenteel hoge ogen gooit met  de bestseller Tu sei il male van hun paradepaardje Roberto Costantini, een schrijver die wij heel graag wilden ontmoeten, omdat we momenteel zijn boek, het eerste deel van een spannende misdaadtrilogie, vertalen. Deze in Libië geboren schrijver werd vervolgens door zijn favoriete Spaanse schrijfster geïnterviewd in het Caffè Letterario, een literair café gesponsord door het Turijnse koffiemerk Caffè Vergnano. Zijn verhaal bevestigde wat wij al wisten: Tu sei il male is meer dan alleen misdaadroman, het stelt ook de sociale problemen in Italië aan te kaak in de stijl van Stieg Larsson.
De rest van de dag hebben we doorgebracht met het snuffelen tussen de stapels boeken, die je met mooie kortingen ter plekke kon aanschaffen, waar we dan ook gretig gebruik van hebben gemaakt. Moe maar voldaan van alle indrukken die we hebben opgedaan, met pijnlijke voeten en tassen vol nieuwe aanwinsten verlieten we de Salone 2012, een waar paradijs voor boekenliefhebbers!


Geschreven met Mara Schepers

Foto's: Miriam Bunnik

maandag 7 mei 2012

Azzurro en oranje

Nu het EK weer voor deur staat maken we ons allemaal op voor een paar spannende potjes voetbal. Op 8 juni trappen we af en dan is Nederland weer een paar weken oranje gekleurd. Ooit zei een Italiaan tegen mij dat hij het vreemd vond dat Nederland zich altijd hult in een kleur die niet in de vlag zit. Nu is dat op zich heel makkelijk te verklaren, aangezien onze koninklijke familie Van Oranje-Nassau heet. Maar hoe zit het eigenlijk met de Italiaanse nationale kleur? Het mooie azuurblauwe azzurro zit ook niet in de tricolore van Italië. Ja, daar had ik wel een punt. En nee, hij wist eigenlijk niet waarom.
Als ik het aan mijn studenten vraag denken de meeste in eerste instantie aan de blauwe zee of aan de blauwe hemel. Een enkeling begint spontaan het liedje van Celentano te zingen. En ander denkt eerder aan het lesboek van Intertaal. Maar waarom spelen die mooie voetballers toch in dat azuurblauwe shirt?

Wie de geschiedenis van Italië kent, weet dat Italië ooit een monarchie was. Na de vereniging van de Italiaanse landen werd in 1861 het Koninkrijk Italië uitgeroepen, onder leiding van het Koninkrijk van Sardinië. De Koning van Sardinië, Victor Emmanuel II, lid van het Casa Savoia (Huis van Savoye), een adellijke dynastie die oorspronkelijk over Savoye regeerde, werd uitgeroepen tot koning van Italië. Het wapen van deze koninklijke familie zag er zo uit:


De eerste twee wedstrijden speelde het Italiaanse nationale voetbalteam in een wit shirt, om de simpele reden dat een wit shirt goedkoper was dan een gekleurd shirt. Op 6 januari 1911 speelde het team, ter ere van het Huis van Savoye, voor het eerst in een lichtblauw shirt met het familiewapen van de koninklijke familie erop:


Tijdens de fascistische periode heeft Benito Mussolini er vervolgens een zwart shirt van gemaakt, maar dat is, net als de rest van het fascisme, niet gebleven. De Savoyes stonden tijdens de Tweede Wereldoorlog aan de kant van Benito en de heerschappij van de Savoyes eindigde dan ook in 1946 met een referendum waarin het Italiaanse volk de republiek als staatsvorm koos. Het shirt is sindsdien definitief blauw gebleven, hoewel in verschillende tinten en modellen. (voor meer informatie en een overzicht van alle modellen zie: http://www.nazionaleitalianacalcio.it/Divisa/magliaazzurra.htm)

Het voordeel van een Nederlands hart dat sneller gaat kloppen uit liefde voor Italië (en een Italiaans vriendje) is dat je tijdens internationale kampioenschappen twee landen kunt aanmoedigen. Rood-wit-blauw wordt ineens groen-wit-rood en tussen de ene wedstrijd en de andere verandert oranje in azuurblauw. Maar wanneer beide teams tegen elkaar spelen sta ik toch wel achter mijn vaderland, ook al kijk ik liever naar de mannen van de tegenpartij.


Deze foto is van 6 jaar geleden, toen Italië in Berlijn de wereldbeker binnensleepte. Ik stond op Piazza Duomo in Milaan, tussen duizenden groen-wit-rood met azuurblauw gekleurde Italianen. Wat gaat het dit jaar worden? Over 2 maanden zullen we het weten…

zaterdag 5 mei 2012

L'arancino in Rotterdam

Wie van Italië en de Italiaanse keuken houdt, kan ook in Rotterdam zijn hart ophalen. Sinds januari is daar een nieuwe Italiaanse delicatessenzaak geopend met de vrolijke naam: l’Arancino. Een arancino is een hartige lekkernij uit Sicilië bestaande uit een gepaneerde en gefrituurde bal gevuld met rijst, ragù (tomatensaus met gehakt), mozzarella en erwten. Door zijn vorm en kleur lijkt hij een beetje op een arancia, een sinaasappel. Over de keuze van de naam vertelt oprichter Marco: ‘Vroeger kregen Italiaanse restaurants altijd de naam van de eigenaar of de stad waar die vandaan kwam. Dat is inmiddels een beetje antiek. Ik wilde een modernere naam.’ Modern is ook de inrichting van de zaak: strak en simpel. Met een paar tafeltjes, zodat men daar kan plaatsnemen en langs de muren schappen vol potjes, flessen en verpakkingen met lekkernijen als wijn, pasta en koekjes. 
Marco besloot na vijftien in de Nederlandse horeca te hebben gewerkt dat het weleens tijd werd om zijn eigen zaak te beginnen. Naast de verkoop van allerlei Italiaanse producten richt hij zich met name op de tavola calda, een Italiaanse snackbar waar je voor ontbijt, lunch en avondeten terecht kunt en een Italiaanse snack kunt nuttigen. Hapklaar en ter plekke bereid: cornetti, pizza’s, lasagna. En veelal met een Siciliaanse tintje: melanzane alla parmigiana, arancini en zoetigheden als cassate en cannoli.

Vanaf half mei wil Marco tevens beginnen met het organiseren van een aperitivo volgens Italiaanse begrippen: een lekker wijntje of biertje met een Italiaanse hapje erbij. Dus arancini in plaats van bitterballen! Ik zou zeggen: like de facebook-pagina en ga eens langs als je in de buurt bent!


donderdag 3 mei 2012

La nostra vita

Italiaanse films zijn meestal erg aangrijpend. De indrukwekkende manier van filmen in combinatie met de passionele klanken en gebaren van de warmbloedige Italianen, gevoelige en realistische onderwerpen als maatschappelijke problemen, familie- en liefdesperikelen, maken dat de kijker helemaal meegaat in het verhaal. Zo ook bij La nostra vita, een Italiaans familiedrama gemaakt door regisseur Daniele Luchetti, over bouwvakker Claudio, die samen met zijn zwangere vrouw Elena en hun twee kinderen een gelukkig gezinsleven leidt. Op een dag slaat het noodlot toe: tijdens de bevalling van hun derde kind overlijdt Elena. Tijd om hier lang bij stil te staan heeft Claudio niet: hij moet nu alleen voor zijn drie jonge kinderen zorgen. Op zoek naar snel geld raakt hij steeds dieper verwikkeld in illegale en immorele praktijken. Claudio’s energie, zijn opportunisme en de onverwoestbare familiebanden slepen hem door deze moeilijke periode heen.
Dit schitterend familiedrama heeft alles: liefde, vriendschap en familiebanden, maar stelt ook de Italiaanse problematiek rond zwartwerkers en extracomunitari (niet-ingezetenen van de EU) aan de kaak. De rol van Claudio wordt vertolkt door Elio Germano, die we ook kennen van een andere film van Daniele Luchetti: Mio fratello è figlio unico, waarin hij het opstandige rechts-extremistische broertje speelt.

Ik ben een groot fan van Elio Germano, omdat hij elke rol geloofwaardig kan vertolken. Van hardwerkende, alleenstaande vader (La nostra vita) tot opstandige rechts-extremistische puber (Mio fratello è figlio unico), van onbeduidend politieagentje (Respiro) tot oversekste dorpsgek (Come Dio Comanda, helaas (nog?) niet in Nederland verkrijgbaar). Zijn waarde als acteur is zeer groot, omdat hij geen vast karakter heeft, zijn rollen zijn telkens weer anders. Zijn natuurlijke manier van acteren maakt hem veelzijdig en overal inzetbaar.
Elio wordt in 1980 geboren in Rome. Hij verschijnt voor het eerst op het witte doek als hij 12 jaar is. Tijdens zijn carrière werkt Elio samen met grote regisseurs als Gabriele Salvatores, Michele Placido, Ferzan Özpetek, Giovanni Veronesi. Helaas zijn niet al zijn films met Nederlandse ondertiteling op dvd te verkrijgen. Naast een indrukwekkende lijst met films bouwt hij ook een carrière op in de theater- en televisiewereld.
In 2010 sleept hij voor zijn rol in La nostra vita de prijs voor beste mannelijke acteur in de wacht op het Filmfestival van Cannes. Elio zegt bij die prijsuitreiking: 'Siccome i nostri governanti in Italia rimproverano sempre al cinema di parlare male della nostra nazione, volevo dedicare questo premio all'Italia e agli italiani, che fanno di tutto per rendere l'Italia un paese migliore nonostante la loro classe dirigente.' - Aangezien onze bestuuders in Italië de filmwereld altijd verwijten dat die kwaadspreekt over ons land, wilde ik deze prijs opdragen aan Italië en aan de Italianen, die er alles aan doen om Italië tot een beter land te maken, ondanks hun leidende klasse.
Nog een reden om van Elio Germano te houden.




woensdag 25 april 2012

Bella ciao

Vandaag is het 25 april, de dag dat Italië nog steeds elk jaar de bevrijding viert. De dag waarop in 1945 de partizanen Genua, Milaan en Turijn bevrijdden van de nazi’s en een einde maakten aan de Duitse bezetting in Italië.
Op 25 april denk ik dan ook aan Bella ciao, het beroemde Italiaanse strijdlied dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in Italië zo populair werd onder de partizanen, die zich verzetten tegen het fascisme en nationaal-socialisme. Over de precieze herkomst van het lied wordt veel gespeculeerd. De geschiedenis zou beginnen bij een werklied over de misstanden in de rijstoogst op de Po-vlakte in de 19de eeuw, waar vrouwen van lagere stand onder barbaarse omstandigheden slecht betaald seizoenswerk verrichtten. Onder invloed van liedjes als Picchia picchia alla porticella en Fior di tomba zou daarna het Bella Ciao zijn ontstaan zoals we het nu kennen. De muziek stamt volgens meerdere bronnen af van een oud kinderliedje getiteld: La ballata della bevanda soporifera, maar er zijn ook opnames van de melodie gevonden op een Jiddische plaat uit 1919 van Mishka Ziganoff.

Zangers als Yves Montand, Giorgio Gaber, Milva en Francesco De Gregori
hebben uitvoeringen van Bella ciao ten gehore gebracht. Zelf ben ik erg weg van de versie van de Modena City Ramblers
, die met hun vrolijke combat folk zingen over allerlei sociale kwesties en een betere wereld.

Wat maakt dit lied nou zo bijzonder? Is het de strijdvaardigheid die het lied bij je oproept? De pakkende melodie en het opzwepende ritme? De poëtische woorden? Of het feit dat er vandaag de dag in Italië nog veel strijd is tussen linkse en rechtse activisten? Woorden als communisten en fascisten worden te pas en te onpas naar elkaars hoofd geslingerd. Linkse groeperingen organiseren nog talrijke manifestaties, maar ook een neofascistische politieke partij als de Fiamma Tricolore is nog volop actief. Met de Italiaanse problematiek rond buitenlanders, zigeuners, discriminatie en racisme, is ook in Italië het rechts-extremisme nog niet uitgegroeid. De partizanen zijn dan ook nog lang niet klaar met hun strijd en op 25 april heffen ze hun vuisten en zingen met z’n allen:


http://www.youtube.com/watch?v=4CI3lhyNKfo

vrijdag 20 april 2012

Sandro Veronesi 'in transito'

De Italiaanse schrijver Sandro Veronesi was in februari in Nederland voor de reizende theatershow Saint Amour, waarin hij zijn rol als auteur vertolkte door voor te lezen over de liefde. Over deze reis heeft hij verslag gedaan in de april-editie van het Italiaanse reismagazine Condé Nast Traveller.
Veronesi vertelt op literaire wijze over zijn verblijf in Nederland, met als basis Amsterdam, la città che non viene mai a noia, de stad die nooit gaat vervelen. Hij vliegt vanuit Rome in gezelschap van Francesco Pacifico, een jonge schrijver van wie in 2011 een boek is verschenen in Nederlandse vertaling. Samen komen ze terecht in een ijskoud en bevroren Nederland, de schaatsers op de gracht van Amsterdam laten een diepe indruk op hen achter.
In zijn verhaal beschrijft Veronesi dat hem tijdens een avondwandeling na een etentje in de rosse buurt voor het eerst eigenlijk pas de naakte vrouwen opvallen, ook al is dit zijn zesde bezoek aan Amsterdam. Dertig of veertig jaar geleden zou dat nog indruk hebben gemaakt, maar nu lijkt het meer alsof je naar bepaalde nachtelijke televisieprogramma’s
kijkt, aldus Veronesi.

Verder vertelt Veronesi over de plekken die hij bezoekt om te eten en te drinken: Restaurant Anna, Café Stevens, Café Luxembourg. Grappig is dat Veronesi de Italiaanse lezers op het hart drukt dat ze bitterballen moeten proeven. Ook eet hij zuppa di piselli, bella calda e calorica, e dei gran pezzi di salsiccia, oftewel: lekker warme en calorierijke erwtensoep met grote stukken worst.
Bijzonder is ook zijn verhaal over Enschede. Hij vertelt hoe Enschede vroeger een bloeiende textielindustrie had. Dat doet hem denken aan zijn eigen stad Prato (in Toscane), waar het ook altijd om textiel draaide en waar men nu zo heeft te lijden onder de concurrentie in China. Maar was het niet zo dat in de jaren '70 Prato met haar toenmalige onontkoombare concurrentie de oorzaak was van de ondergang van Enschede, Tilburg en vele andere textieldistricten in die regio?


Hij verwijst ook kort naar zijn bezoek aan de Italiaanse boekhandel Bonardi, volgens hem een plek die elke Italiaan zou moeten bezoeken. Bij deze gelegenheid heb ik één van zijn boeken gekocht waarin hij vriendelijk een dedica, een opdracht, heeft geschreven. Hij besteedt verder geen aandacht aan deze literaire middag.
Het verhaal eindigt met de mysterieuze zin dat Francesco en hij een lift hebben geregeld naar Den Haag voor een giretto niente male, een niet verkeerd ommetje… Voor wie daar meer over wil weten zal dus, misschien, de volgende editie moeten kopen.
Wie het hele artikel wil lezen (in het Italiaans): http://www.vanityfair.it/viaggi-traveller/notizie-viaggio/contributors/2012/03/amsterdam-di-sandro-veronesi

Koop hier in het Nederlands vertaalde boeken van Sandro Veronesi: