maandag 23 september 2013

Tutto a posto?

Van sommige plekken krijg je nooit genoeg. Sicilië is zo'n plek. Daar kan ik eeuwig naar terugkeren en steeds iets nieuws ontdekken. Deze keer was ik gewapend met wat extra lectuur: Tutto a posto? van Barbara Kleinbussink. Een vrolijk boek waarin reisgids en kookboek samenkomen, met foto's, recepten, leuke verhalen en goede tips.

Sant'Agata

Een korte rondreis

Sicilië is het grootste eiland van Italië, bijna net zo groot als België, dus een week is niet genoeg om alles te zien en 160 pagina's kunnen lang niet alles beschrijven. Dat neemt niet weg dat je met beide toch een mooi beeld kunt krijgen van de meest zuidelijke regio van Italië. Onze reis begint aan de oostkust: Catania, Taormina, Siracusa, Noto, de Etna. Genoeg om je een paar dagen te vermaken. We slapen in een appartement in Catania, dat we via airbnb hebben geboekt. Ons eigen huisje. Catania is een indrukwekkende stad met haar donkere gebouwen die zijn opgetrokken uit lavasteen. In Tutto a posto? lezen we het verhaal van Sant'Agata, de patroonheilige van de stad, die werd gemarteld en vervolgens stierf omdat zij zich niet wilde geven aan proconsul Quintianus, maar eeuwige liefde had beloofd aan Christus. We kijken onze ogen uit op de vismarkt en struinen over de Via Etnea.

Veel eten en aankomen

De eerste avond storten we ons vol overgave op de Siciliaanse keuken: melanzane (aubergines), ricotta, caponata, pasta met pistacchio (pistachepesto) en ga zo maar door. Het restaurant - Al cavalier Roxy - met uitzicht op het Castello Ursino staat ook in het boek van Barbara en is dus een échte aanrader. Na het eten volg ik een andere tip uit Tutto a posto?: we nemen een verfrissende seltz met limone en sale. Een drankje van mineraalwater met citroensap en zout. Goed voor de spijsvertering. Want dat we veel gaan eten op Sicilië is onvermijdelijk. We hebben een flinke lijst met specialiteiten die we moeten proberen: cassata, cannoli, arancini. Sicilië staat nogal bekend om haar dolci en lekkere hapjes. Allemaal zeer smakelijk, maar ook erg dikmakend. Suiker en frituur maken hier de dienst uit. En natuurlijk om haar heerlijke wijn, want dit is het eiland van de nero d'avola. Een bezoek aan het stadje Avola is dan ook zeker aan te raden.

Siciliaanse cannolo

De chaos van Palermo

Via het binnenland, met een stop in Centuripe, Piazza Armerina (waar we een heerlijke lunch genieten in het restaurant van Totò) en Enna, rijden we vervolgens naar Palermo. Sicilië is een heerlijke plek om met de auto te verkennen, al vrezen we in de grote steden regelmatig voor ons leven en voor dat van de andere weggebruikers. Aan Palermo heb ik mijn hart verloren. In die stad komen zoveel geuren, smaken en invloeden samen dat mijn hoofd ervan tolt. Dromerig loop ik langs koepels, beelden, fonteinen, kerken, gebouwen, ruïnes. Mijn favoriete kerk, de Santa Maria dello Spasimo, is helaas dicht vanwege instortingsgevaar. Het boek van Barbara verschaft mij nog wat extra achtergrondinformatie en zorgt ervoor dat ik niets belangrijks mis. Uiteraard rijden we ook even omhoog naar Monreale, om te genieten van de schitterende kathedraal en het adembenemende uitzicht op de stad. Het is zondag, dus er wordt een mis gevierd. Maar in de kloostergang is het lekker rustig en we nemen uitgebreid de tijd om de met mozaïeken en beeldhouwwerken versierde zuilen en kapitelen te bekijken.

Aan de kust

 Naast pittoreske steden zoeken we ook de stranden op. Het is nog 30 graden, dus wat verkoeling kunnen we wel gebruiken. Zo komen we terecht in het natuurreservaat van Vendicari, waar ook Barbara ons even op wijst: "In dit moerasgebeid komen veel (trek)vogels terecht die hier ook beschermd worden. Zo kun je de steltkluut en soms ook flamingo's zien. Je komt tijdens de wandeling bovendien langs mooie stranden en de restanten van een heel oude tonijnverwerkingsfabriek."
We brengen tevens een bezoek aan Cefalù, waar ook veel cultuurschatten te vinden zijn, en zoeken verfrissing in Mondello. De laatste dag doen we Castellamare del Golfo en San Vito Lo Capo aan. Gelukkig zijn de stranden in september niet meer zo afgeladen, maar het blijft in Italië altijd zoeken naar een stukje spiaggia libera, een stuk strand dat niet is volgebouwd met (dure) ligbedjes en parasols.

Aanrader

Sicilië in september is prachtig. Het is nog lekker weer en de grootste drukte is net een beetje voorbij. Natuurlijk heb je weken nodig om het hele eiland te verkennen, maar het is tevens een ideale plek voor een korte vakantie. Voor wie niet alleen geïnteresseerd is in alleen maar toeristeninformatie en niet met een dikke Lonely Planet vol openingstijden onder zijn arm wil lopen, maar ook wel eens wat andere, persoonlijkere verhalen wil lezen, kan ik het boek Tutto a posto? aanraden. Het is met name een heerlijke voor- en naproef van wat er te vinden is op dit driehoekige eiland.


En ga je (dit jaar nog) een ander deel van Italië bezoeken, kijk dan even op de website van Edicola Publishing. Daar vind je een hele reeks van dit soort boeken!

dinsdag 17 september 2013

Elena Ferrante en haar geniale vriendin

Lila en Elena wonen in een volkswijk in Napels, in een tijd waarin het ondenkbaar is dat meisjes hun tijd verspillen met leren. De intelligente Lila moet van school om te gaan werken. Ze probeert aan haar milieu te ontsnappen door jong te trouwen. Haar beste vriendin Elena mag wél verder leren, maar beseft maar al te goed hoeveel slimmer Lila is. En mooier.
 
De kleine Lila is avontuurlijk, brutaal en lijkt nergens bang voor te zijn. Een klein, spichtig meisje dat vooral haar eigen zin doet. De hoofdpersoon Elena bewondert haar, maar is tegelijkertijd ook geïntrigeerd door haar. Rondom Lila hangt een magnetische kracht die Elena steeds weer naar haar toe trekt. De twee zijn aan elkaar gewaagd en zoeken steeds de grenzen op, proberen zich steeds aan elkaar te meten. Als Lila op school heel knap blijkt te zijn en al eerder kan lezen dan de rest van de klas, zet dat een mechanisme in werking dat de rode draad gaat vormen voor de rest van hun leven. Er ontstaat een heuse strijd om wie beter, slimmer, knapper is. Ze houden beiden erg van lezen, maar hun plan om samen een boek te schrijven valt in duigen als Lila bij haar vader gaat werken en ineens meer interesse krijgt in schoenen.
 
Door het hele boek blijft Elena worstelen met haar tegenstrijdige gevoelens. Zeker als ze in de puberteit komen en de jongens als hongerige wolven om Lila heen draaien. Alles wat Lila aanraakt, lijkt in goud te veranderen. Hoezeer Elena ook probeert haar de loef af te steken, zij heeft altijd wel iets wat beter, mooier, bijzonderder is. Dit alles tegen de achtergrond van een arme wijk in Napels. Waar huiselijk geweld, ruziënde buren, rivaliteit en jaloezie aan de orde van de dag zijn. Waar jongens vechten om meisjes, en meisjes om hun plekje in de maatschappij. Waar geen ruimte is voor school, maar ieder gezinslid moet meehelpen om te kunnen overleven.
 
Dat de hoofdpersoon ook Elena heet, doet vermoeden dat het verhaal wellicht autobiografisch is. Grote kans dat we daar nooit achter komen. Rondom de schrijfster van het boek waart alleen een mysterie. Wie ze is, houdt ze angstvallig geheim. Veel meer dan haar geboorteplaats Napels (net als de hoofdpersoon) is er niet bekend.
 
Dit prachtige verhaal is universeel en tijdloos. Het speelt zich af in de jaren 50 in Napels, maar kan zich net zo goed afspelen in de eenentwintigste eeuw in Rotterdam. Deze roman is rauw en hard. Puur. En beklemmend echt. Een verhaal dat veel vrouwelijke lezers zal aanspreken en waarin ze zich zullen herkennen. Dat vind ik mooi, dan gaat een boek lang mee. De wanhoop van Elena is zo voelbaar. Zij met haar pukkels en bril gaat dan wel naar school - iets van Lila dolgraag zou willen -, maar Lila heeft altijd wel iets dat beter, mooier, bijzonderder is. Dat steekt, want ik - en ik denk alle lezers - voel veel sympathie voor Elena.
 
Ik ben gek op boeken uit en over Italië. Ik ben gek op boeken van de Wereldbibliotheek. En ik ben gek op boeken die zo de kern van een problematiek weten te raken. Die zo goed weergeven wat er speelt in een maatschappij, in een tijdperk, in een gevoelswereld. De geniale vriendin is een verhaal dat je grijpt, omdat je het begrijpt. Er zit een vreemde spanning in, omdat je constant het gevoel hebt dat de situatie op ontploffen staat. Totdat het verhaal ineens ophoudt. Geheel onverwachts en geheel ongewenst. Ik wilde nog helemaal niet dat het afgelopen was. Ik wil weten hoe het afloopt. Ik wil weten of Elena gelukkig wordt. Misschien komen we daar nog achter. De roman maakt deel uit van een trilogie en op een dag zullen  we weten waar deze bijzondere vriendschap de twee meisjes naartoe leidt.

Ook zo benieuwd naar deze roman? Vertel me dan hieronder wie jouw geniale vriend of vriendin is en waarom. Degene die de mooiste reactie achterlaat krijgt het boek thuisgestuurd. Is het reactieveld niet te zien? Klik dan op opmerkingen. Niet meegedaan aan de prijsvraag? Koop dan hier het boek!
 
 

zondag 1 september 2013

Wat te doen?

Vertalers staan dagelijks voor - moeilijke en makkelijke - keuzen: wat is de beste vertaling voor  deze tekst? Hoe kan ik deze boodschap het best verwoorden? Dat valt niet mee, maar het is ons werk en we vinden dat leuk om te doen.
Wat we minder leuk vinden is niet weten wat we moeten doen. Ik heb daar last van als er fouten staan in de brontekst. Ik zal mijzelf nader verklaren:
 
Onlangs was ik bezig met een beëdigde vertaling - ik vertaal uit het Italiaans naar het Nederlands - van een schikkingzaak naar aanleiding van een ontslag. De ontslagbrief was netjes gericht aan mevrouw X en op de hoorzitting verscheen netjes meneer X. De ontslagen persoon in kwestie was niet in Italië geboren en aan de naam kon ik niet afleiden of het om een man of een vrouw ging. Is dat een probleem? Google translate zou daar geen moment van wakker liggen. Woorden omzetten, dat is toch wat wij vertalers doen? Maar ik vind dat vervelend. Ik wil weten of het klopt, of het om dezelfde persoon gaat, of het om een man of een vrouw gaat! Na navraag bij de klant bleek het een vrouw te zijn. Toen heb ik overal waar de heer stond mevrouw geschreven. Maar dat voelde toch niet goed. Dat was niet wat er stond. Dus toen heb ik dat weer veranderd en een schitterende noot van de vertaler toegevoegd.
 
Ander voorbeeld. Ik kwam in een document een datum tegen: 31-112-2005. November of december? Oké, november heeft maar 30 dagen. Maar wat doe je daarmee? Pas je dat aan? Ga je interpreteren? Ik heb het overgenomen zoals het er stond. Dan heeft de lezer van mijn tekst hetzelfde probleem als ik, alsof die zelf het origineel leest. Of niet dan?
En wat als je woorden totaal niet in je context passen? Dat er vertwijfeld staat, maar twijfelend veel beter op z'n plaats is. Laatst heb ik urenlang lopen zoeken naar de betekenis van boccetta a mano. Ja, handflesje ofzo. Maar wat doen die op een plezierjacht? Pas later in het document kwam ik diezelfde term weer tegen, maar dan handgeschreven veranderd in doccetta a mano. Aha, handdouche. Ja, daar kan ik wel wat mee. Op dat punt had ik wel al heel wat zoek- en googlewerk achter de rug, en dus heel wat kostbare vertaalminuten verloren.
 
En dan heb ik het nog niet eens gehad over alle taal-, spel- en schrijffouten in teksten! Want daar kom ik er ook genoeg van tegen, maar die negeer ik gewoon. Soms wijs ik een klant erop, maar dat wordt helaas niet altijd gewaardeerd. Maar goed. Wat te doen? Moet je de slechtheid in een brontekst doorvertalen naar je doeltekst? Ik kom er niet uit en zou het fijn vinden als een tekstschrijver rekening houdt met een eventuele vertaling van zijn of haar tekst en probeert om net als zijn of haar vertaler iets nauwkeuriger te zijn. Wij arme zielen hebben het al zo zwaar. Ik durf te wedden dat iedere vertaler wel zo'n voorbeeld kan noemen. Toch?